HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 53

JPEG (Deze pagina), 899.37 KB

TIFF (Deze pagina), 7.93 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l .
51
I volksonderwijs. Daarmee is geenszins gezegd, dat de aan-
sluiting van lager en voortgezet onderwijs noodzakelijk op
j het einde der lagere school moet worden gelegd. Ongetwijfeld
g zouden verschillende redenen hiervoor pleiten: de latere be-
L roepskeuze, het langer behoud van het stelsel van klasse-
onderwijzers, twee voordeelen, wier groote beteekenis wel
alom wordt erkend. Wanneer dan ook de lyceumgedachte
verdere vorderingen maakt zal ongetwijfeld dit denkbeeld
ernstige overweging verdienen. Een opleiding der onder-
wijzers gelijk wij haar in het volgende hoofdstuk bespreken,
zoude de bezwaren, die thans nog zouden kunnen worden
aangevoerd, wegnemen.
Maar al mocht ten opzichte van H.B.S. en Lyceum zulk
een oplossing mogelijk w-ezen, ten opzicht·e van het Gymnasium
kan daarvan geen sprake zijn. Een beslissing op dit punt zou
dus prematuur zijn; zij zou bovendien de grenzen overschrijden
van het gebied, waarop onze Commissie zich competent mag
achten. Het Middelbaar en Gymnasiaal onderwijs zal zelf
moeten bepalen, op welken leeftijd zij, die zijn leerlingen
wenschen te worden, de lagere school zullen moeten verlaten
en hoe het voort zal bouwen op de aldaar gelegde grondslagen.
Hetzelfde geldt ten opzichte van het l/f.U.L.O. onderwijs.
De Commissie wenscht ook over de inrichting hiervan niet
in bijzonderheden te treden. Zij meent dat dit onderwijs,
zal het aan zijn doel beantwoorden, geheel zal moeten aan-
sluiten aan de eischen van het leven. Al naar gelang de plaat-
selijke omstandigheden het eischen, zal hier één of meer
der moderne talen, daar natuur- en scheikunde in verband
met landbouw, op d·en voorgrond treden. Nu onder de nieuwe
grondwet geen subsidieregelingen meer behoeven getroffen
te worden, die bij gebrek aan betere, waarborgen zoeken in
het aantal der onderwezen vakken, zal aan deze scholen een
grootere mate van vrijheid moeten en kunnen worden ge-
gund. Als M.U.L.O. scholen en klassen zouden dan geken-
merkt kunnen worden die inrichtingen, waar aan kinderen
tot 16 jaren behalve de vakken van het Lager onderwijs ook
onderwijs gegeven wordt in twee of meer vakken van het
M.U.L.O. onderwijs.
l
§ 9. Het Vervolgonderwijs.
H Dat de tegenwoordige inrichting van het herhalingsonder-
wijs niet geslaagd kan heeten, wordt algemeen erkend. De
I
l
l
ä