HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 51

JPEG (Deze pagina), 960.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.96 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

49
Enkele leden achten aanvulling van het leerplan met een
vreemde taal gewenscht. Welk»e dat zou zijn, zou naar plaat-
selijk-e omstandigheden kunnen worden geregeld, bijvoorbeeld
Duitsch aan de Oostgrens, Fransch in het Zuiden, Engelsch
in de strek·en, die op den handel m·et Engeland zijn aan-
gewezen.
De meerderheid der Commissie kan zich hiermede niet
vereenigen. Zij is van oordeel, dat het practische resultaat
van dit onderwijs gering zal zijn voor het overgroote deel
der leerlingen. Zwaarder nog weegt voor haar het bezwaar,
dat een verkeerd begrip van ,,alg·emeene ontwikkeling" bij
dezen wensch voorzit. Maar al te zeer verbreid is de over-
tuiging, dat niet wat iemand kan, maar wat hij weet zijn
waar-de bepaalt. Helaas is ook ons onderwijs nog in hooge
mate van dezen intellectualistischen g·eest doortrokken. De
Commissie hoopt, ­dat de a.s. hervorming van ons onderwijs-
stelsel aan verandering ook in dit opzicht zal worden dienst-
baar gemaakt. Daarom kan zij niet in het aanbrengen van
nieuwe leerstof, in het verhoogen van de verworven hoeveel-
heid kennis, h­et allereerst gewenschte zien. Zij hoopt veeleer
dat aan handenarbeid ·een belangrijke plaats in het leerplan
worde gegeven. Wel hebben enkele leden bezwaar het vak
,,handenarb·eid", zooals het thans op een aantal scholen
onderwezen wordt, dus karton- en houtbewerking, als afzon-
derlijk vak op de lagere school in te voeren. Zij meenen,
dat dit onderwijs niet de ernstige belangst·elling der kinderen
heeft, ·en tot tijdverspilling leidt. Maar al bestaan dus op
dit punt verschillende meeningen onder hare leden, eenstem-
mig is ·de Commissie van oordeel, dat aan handenarbeid,
zoo deze term wordt opgevat in den ruimsten zin des woords,
een veel grootere plaats dan tot nu toe in onze scholen
moet worden toegekend. Wij wijzen op het voorbeeld, dat
het buitenland, met name München, ons in dit opzicht heeft
gegeven. Elke lagere school beschikt daar over haar werk-
plaatsen voor hout- en metaalbewerking, over haar school-
tuin, waar de leerlingen zelf de planten verzorgen, eensdeels
ten dienste van het onderwijs in plantkunde, anderzijds voor
dat in het koken, want ook de schoolkeuken ontbreekt ner-
­ gens. Het onderwijs in de b‘eginselen der schei- en natuur-
kunde, dat in de beide hoogste klassen wordt gegeven, be-
schikt over laboratoria (één telkens voor drie scholen), waar
gedur·ende 4 uren p'er week de leerlingen niet ho oren ver-
t ellen over de natuurwetenschappen, maar in de gelegenheid
zijn zelf waar te nemen en te onderzoeken.
4