HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 50

JPEG (Deze pagina), 827.50 KB

TIFF (Deze pagina), 7.96 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

!
i 48
i Zooveel mogelijk behoort voor elke klasse een eigen klasse-
lokaal en voor iedere twee klassen een speellokaal aanwezig
te zijn. Iedere school moet de beschikking hebben over een
zeer groote hoeveelheid zand, zoodanig gelegen dat de zon
j daartoe in voldoende mate kan toetreden. Voor drie klassen
zou niet één speellokaal en een grooten zan-dhoop of zandbak
in den tuin {bij de school genoegen zijn te nemen. De tuin moet
voldoende afmetingen bezitten om naast het zand, waarin ge-
T speeld wordt, nog gelegenheid te geven om de liefde voor
bloemen en planten bij het kind aan te kweeken. Het speel-
lokaal behoort met openslaande deuren, die onderling zoo
; weinig mogelijk tusschenruimte moeten hebben, aan den tuin
j uit te komen.
Wij achten het noodzakelijk dat allen die aan eene voorbe-
g reidende school zijn verbonden, dus zoowel het hoofd der
Q school als de overige onderwijzeressen dezelfde volledige
bevoegdheid voor het geven van voorbereidend onderwijs
l bezitten. Het vraagstuk der opleiding wordt nader besproken
in § 13.
W Omvat de school drie leerjaren en bestaat de schoolbe-
l volking uit meer dan twintig doch minder dan veertig leer-
l lingen, dan ware één onderwijzeres behalve het hoofd der
H school verplicht te stellen. Heeft de school meer dan 40
{ leerlingen, dan worden twee onderwijzeressen naast het
II hoofd n­oodzakelijk geacht, terwijl bij grootere scholen g·e-
j noegen zal zijn te nemen met een onderwijzeres voor elke
* 25 leerlingen.
§ De hygiënische eischen, welke voor de lagere scholen
X worden gesteld, moeten voor de voorbereidende scholen on-
verminderd van kracht zijn. Dit geldt ook voor de instelling
j van schoolartsen in § I7 besproken.

( §8. Omvang van hetLag­er Onderwijs en aan-
jl sluiting aan het verder voortgezet onderwijs.
I Uitgewerkte leerplannen zouden naar het eenstemmig ge- ·
j voelen onzer Commissie niet passen in het kader van dit
rapport, maar wel is het noodzakelijk enkele algemeene
gezichtspunten te ontwikkelen omtrent de wijze waarop de
meerdere tijd, die voor het onderwijs beschikbaar zal zijn,
moet worden besteed.
1
t
äià A