HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 45

JPEG (Deze pagina), 969.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

43
dat een belangrijk deel dier gelden niet in de gemeentekas
maar in de kassen der schoolbesturen zal terecht komen.
Immers men kan wel de kosteloosheid van alle onderwijs
r « in de wet voorschrijven, maar men kan dat voorschrift niet
handhaven. ,,Vrijwillige bijdragen" aan schoolvereenigingen
zijn niet te keeren, en men is nu eenmaal gewend en bereid
iets over te hebben voor het onderwijs zijner kinderen. Wat
men tot nu toe aan de schoolbesturen betaald heeft zal
men in ’t algemeen, tenzij er een andere schoolgeldheffing
voor in de plaats komt, aan de besturen blijven geven.
Dit bezwaar klemt temeer, omdat van het voordeel, dat
de kosteloosheid zal opleveren in de allereerste plaats die
scholen zullen profiteeren, die niet worden opgericht terwille
van een of ander verschil van richting, maar die zijn be-
doeld als zuivere rijkelui’s scholen. Gelijk boven reeds werd
opgemerkt, zal men nooit aan eenig bijzonder schoolbestuur
kunnen voorschrijven welke kinderen het moet opnemen.
Ook al verbiedt de wet het heffen van schoolgeld, elk bestuur
zal gemakkelijk de kinderen weten te weren, die het liever
niet heeft. Het gevolg zal zijn, dat men zeer ,,exclusieve"
scholen krijgt, die geheel op den voet van andere scholen
door rijk en gemeente worden onderhouden, die daarvan geen
cent aan de openbare kas terugbetalen en deze gelden dan
aanvullen uit de vrijwillige bijdragen der ,,uitgezochte" kin-
deren. Zulke scholen zullen dus tot allerlei luxeuitgaven
kunnen komen, die de openbare school zich nooit zal kun-
nen veroorloven. Het eenige middel tegen dezen onge-
wenschten toestand is een proportioneele schoolgeldheffing
voor alle scholen. Zelfs rijke ouders bedenken zich nog
wel ·eens om naast een aanzienlijk schoolgeld nog groo-
te bedragen vrijwillig te betalen en in elk geval ontvangt
de openbare kas dan van zulke scholen alles of bijna alles
terug wat zij aan subsidie ontvangen.
De m·eerderheid der Commissie kan zich met het boven-
staande alleen voor zooverre vereenigen, als daarin betoogd
wordt, dat het stelsel der Bevredigings-Commissie de standen-
scholen niet onmogelijk maakt, gelijk deze meent. Maar juist
_ daarom wenscht de meerd‘erheid der Commissie dan ook
niet de proportioneele schoolgeldheffingg te aanvaarden, die
de Bevredigings-Commissie voorstelt. Zij meent, dat bij deze
herziening het oogenblik gekomen is voor de invoering van
kosteloos onderwijs. In den concurrentiestrijd speelde steeds
het schoolgeld een groote rol. Door invoering van kosteloós
onderwijs achtte de bijzondere school hare positi·e bedreigd,