HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 44

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
t
l 42
niet aandurft, mag men de kosteloosheid van het onderwijs
niet invoeren voor hen, die dit niet noodig hebben, maar er
Qi door zouden gedwongen worden hun kinderen tegen hun zin
te zenden naar eene school die zij, indien zij vrij waren, ,
niet zouden hebben begeerd.
Maar ook als men de bedoeling der Bevredigings-Commis-
ïl site aanvaardt, kan men naar de meening dezer leden met
;l haar voorstellen niet meegaan. De schoolgeldheffing toch,
l gelijk de Bevredigings-Commissie haar wenscht, kan geens-
zins de onmogelijkheid van standenscholen waarborgen. Im-
mers de voorgestelde bepaling: ,,V·oor iedere school der-
i zelfde soort is in elke klasse van heffing het verschuldigde
i bedrag g·elijk" (art. 50 bis alinea 2) behoeft de besturen
van groote gemeenten niet te verhinderen de leerlingen over
g verschillende schoolgebouwen te verdeelen, zoodanig dat zij,
L die in dezelfde ,,klasse van heffing" behooren, bij elkander
worden geplaatst. Mocht het mogelijk zijn dit door wette-
lijke bepalingen te verhinderen, dan is nog niet in te zien,
X hoe men bijzondere schoolbesturen daarin zou kunnen dwin-
l gen, wijl men toch bezwaarlijk zal kunnen voorschrijven, dat
[ alle leerlingen, die zich voor een bepaalde school komen
L aanmelden, daar ook mo·eten worden geplaatst. Men zal
,_ toch volgens deze leden nooit eenig wettelijk recht op plaat-
sing op eene bijzondere school kunnen doen gelden.
Een der leden van de Commissie, hoewel erkennende dat
g geen wettelijke regeling het aan gemeentebesturen of school-
% besturen onmogelijk kon maken kinderen uit bepaalde sociale
groepen op bepaalde scholen bijeen te brengen, meende
f toch dat het stelsel der Bevredigings-Commissie de best be-
3 reikbare waarborgen biedt tegen overmatige aangroeiïng van
het aantal der standenscholen. juist om die reden meende
ä hij aan de door haar voorgestelde proportioneele schoolgeld-
heffing, ondanks het bezwaar dat zij werkt als een speciale
belasting, opgelegd aan de groote gezinnen, terwijl de onge-
huwden en kinderloozen vrij uitgaan, de voorkeur te moeten
geven boven kosteloosheid van het onderwijs. Immers dit
‘ laatste zou naar zijn meening neerkomen, in verband met de
financieele gelijkstelling, op een groote achteruitzetting van _
het openbaar onderwijs. Tot nu toe was het bijzonder onder-
; wijs voor schoolgeldheffing, omdat dit schoolgeld een deel
ï der kosten moest dekken. Maar voortaan zou het schoolgeld
F ook van de bijzondere school in de gemeentekas komen,
§ het is dus een terugbetaling van een deel der subsidiegelden.
i Schaft men het schoolgeld af, dan beteekent dat eenvoudig,
v