HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 40

JPEG (Deze pagina), 946.70 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

I l

l 38
I.
E rekend. lmmers het staat vast dat men met deze niet kan
wachten tot het 9de jaar is bereikt; wil men dus een voor-
bereidende school, die tot 8 jaar duurt, dan zal zij deze vakken
moeten ·omvatten. Daartegen rezen echter gewichtige be-
denkingen. Van de zijde van het lager onderwijs werd be-
t toogd, dat het geheele lees- en schrijfonderwijs zooveel mo-
gelijk in één hand behoort te zijn. Het is zeer ongewenscht
f daarmede een aanvang te doen maken op een school, die
niet tevens de verdere leiding op zich neemt.
Van de zijde van het voorbereidend onderwijs werd opge- ,
_ merkt, dat men het karakter der voorbereidende school zou ,
, gaan aantasten, door haar van reen speelschool tot een leer-
school te maken. VVel wordt in de nieuwste methode van
j voorbereidend onderwijs, de methode Montessori, het schrij-
{ ven en lezen onderwezen, maar alleen aan die kinderen,
die een bijzonder verlangen daarnaar blijken te hebben,
een behoefte die zich spontaan uit. Het recht om aan zulke
kinderen schrijf- en leesonderwijs te geven, behoort de voor-
{ bereidende school ongetwijfeld t·e bezitten, maar het mag haar l
Y niet als leerverplichting worden opgelegd. Op deze gronden
l besloot de Commissie tenslotte eenstemmig, dat de scheidings- §
j lijn tusschen voorbereidend en lager onderwijs in den regel aan
j het eind van het zevende jaar behoort te worden getrokken. De
Y; voorbereidende school, die niet voor 4 jaar behoort aan te
vangen, zal dus in d­en regel gedurende drie jaren worden
bezocht.
F Verschil van gevoelen rees over de vraag, of deze cursus ;
j of althans een deel ervan verplicht-end behoort te worden ge- ï
g steld. Daarvoor pleiten niet alleen de v­oordeelen van het °
voorbereidend onderwijs op zichzelf, maar ook de eischen ‘
E eener goede aansluiting aan de lagere school. Want zelfs als .
“ in het voorbereidend onderwijs de beginselen van lezen, schrij-
ven en rekenen volgens het voorgaande niet worden opge-
nomen, zal toch herhaaldelijk blijken, dat de kinderen, ·die
voorbereidend onderwijs hebben genoten, rijper zijn en zich
5 vroeger ontwikkelen dan de andere. Op dien gron-d werd
l althans een jaar leerverplichting voor de voorbereidende
school gew-enscht.
De meerderheid heeft zich niet met dit denkbeeld kunnen,
x vereenigen. Zij meent, dat d·e leerplicht thans reeds vroeg
genoeg aanvangt, en zou eerder eeen verlating dan een ver-
vroeging daarvan wenschen. En hoe nuttig ook het voor-
bereidend onderwijs zij, een verplichting daartoe aan de ouders
op te leggen schijnt toch voorloopig een te sterke eisch. Dit
l