HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 38

JPEG (Deze pagina), 939.43 KB

TIFF (Deze pagina), 7.88 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

j Q
i
E
E
j . 36

handelen, willen wij in staat zijn in den wedijver der volkeren
g onze plaats te handhaven.
il De nadere uitwerking van het stelsel der leerverplichting
hangt ten nauwste samen 11’1€’t de indeeling van het volks-
onderwijs, die wij ons voorstellen. Wij bespreken deze dus
eerst.
ll Onze Commissie is overtuigd, gelijk ook de Bevredigings-
Commissie, dat het thans moet komen tot een wettelijke
regeling van het voorbereidend onderwijs, en dat aan dit
onderwijs een veel belangrijker plaats in ons geheele onder-
wijsstelsel toekomt, dan het thans bekleedt. En in den naam
{ ,,voorbereidend onderwijs" dien wij bezigen in tegenstelling
i met den term nbewaarschoolonderwijs" der Bevredigings-
F Commissie, ligt reeds opgesloten, dat wij op dien weg verder
wenschen te gaan dan zij. De vraag, waar de grens tusschen
voorbereidend en lager onderwijs moet worden getrokken
heeft een punt van ernstige discussie in onze Commissie
uitgemaakt. Eenige leden wenschten tot het voorberei-
4 dend onderwijs te rekenen h·et geheele onderwijs van 4
{ tot IO jaar, en zulks gedeeltelijk op paedagogische, ge-
t deeltelijk op practische gronden. Zij meenden, dat de
j natuur zelf aanwees, dat op 1o­jarigen leeftijd een belang-
rijke overgang plaats heeft; tegen dien tijd hebben dehersens
Q hun normalen omvang bereikt. Eerst dan mogen zij belast
* worden met ernstigen intellectueelen arbeid. 'Wenscht men
nu op ­dien grond op een leeftijd in de nabijheid van het
rode jaar den overgang van voorbereidend tot lager onderwijs
te doen plaats hebben, dan schijnt op zuiver practische
3 gronden een voorbereidend·e school van zes jaar aangewezen,
omdat een zeer groot deel onzer schoolgebouwen op sch·olen
5 van zes klassen is ingericht. Die schoolgebouwen zouden
Y dan voortaan ingericht kunnen worden als voorbereidende
scholen, terwijl de daarop volgende lagere scholen nieuw
zouden moeten worden gebouwd.
De meerderheid onzer Commissie kan zich evenwel met
dezen gedachtengang niet vereenigen. Zij meent dat daarbij
i aan de anatomische en physiologische verhoudingen een on-
evenredig groot gewicht wordt toegek·end. Gewichtige argu­ »
menten immers pleiten teg·en een voorbereidende school van
j 4 tot IO jaren. Zulk ·een school zou een tweeslachtig karakter
dragen. Het laat zich toch niet ontkennen, dat kinderen
i van 7 à 8 jaren uit zichzelf gaan vragen om ernstiger bezig-
heid dan zij tot dien tijd hebben gekend. Het spel, van
j hoe groot gewicht het voor kinderen, en niet alleen voor
l
z
' `
l l