HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 35

JPEG (Deze pagina), 969.38 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

33
wijzers moeten geweest zijn. Iemand, die gedurende eenige
jaren wethouder van het onderwijs is geweest in een plaats
van eenige uitgebreidheid of wie secretaris of bestuurslid
is geweest van een groote schoolvereeniging kan wel degelijk
deskundig zijn op schoolgebied, ook al heeft hij nooit voor
de klasse gestaan. Bovendien kan iemand kwaliteiten bezitten,
die ruimschoots tegen gebrek aan vakervaring opwegen. De
kwestie van het deskundig zijn der schoolopzieners zal vanzelf
naar voren treden, indien dit toezicht wordt gereorganiseerd
in boven. aangegeven zin. Is het schoolopzienerschap geen
bijbetrekking meer, dan is reeds een belangrijke stap gedaan.
Bij een reorganisatie van het toezicht mag het hygiënisch
toezicht niet over het hoofd gezien worden. Omdat het zich
aansluit aan verschillende andere maatregelen van socialen
aard, bespreken wij dit in ons 4de hoofdstuk.
Of het plaatselijk toezicht zal moeten blijven gehandhaafd
in den vorm dien wij thans kennen, zal ervan afhangen of
men al of niet tot de invoering van schoolraden zal overgaan.
VVanneer een schoolraad van een veertigtal leden voor een
niet al te groot district wordt ingesteld, mag men aannemen,
dat de leden daarvan het toezicht zullen kunnen uitoefenen,
dat thans aan de plaatselijke schoolcommissies is opgedragen.
De leden van den schoolraad zullen dit met te meer belang-
stelling doen, omdat zij niet alleen te adviseeren hebben
over schoolzaken, maar ook daaromtrent een beslissende
stem kunnen uitbrengen, en omgekeerd zal de deskundigheid
hunner besluiten door hun schooltoezicht worden bevorderd.
Aanvaardt men h·et stelsel van schoolraden niet, dan zullen
de plaatselijke Commissies onmisbaar blijven als het eenige .
instituut waarin de belangstelling der bevolking in haar scho-
len zich kan uiten. Dit doel zullen de Commissies van toezicht
echter nog beter ·dan thans bereiken, indien er eenige wijziging
gebracht wordt in haar samenstelling.
In die Commissies moeten dan naar onze meening de
groepen worden vertegenwoordigd, die belang hebben bij
de school, het onderwijs, en de maatregelen, welke ten be-
hoeve van het onderwijs worden getroffen. Wenschelijk achten
we daarom een bepaling, waarin aan de gemeentebesturen
de samenstelling der Commissie van Toezicht wordt opge-
dragen, met dien verstande, dat in die Commissie vertegen-
woordigd zijn: het gemeentebestuur, de schoolbesturen, de
ouders van schoolgaande kinderen en de onderwijzers. De
regeling der werkzaamheden moet zoo zijn, dat deze laatste
groep is vrijgesteld van het schoolbezoek.
3