HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 34

JPEG (Deze pagina), 937.49 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
iè arrondissements- en districts-schoolopzieners moet vervallen.
Ook het Bevredigings-Rapport is dez·e meening toegedaan.
ç Daarbij dienen echter o.i. maatregelen getroffen, dat de fou-
ten, di·e thans de reg·eling van -ons toezicht aankleven, worden
g vermeden.
Een van deze is, dat onze schoolopzieners en inspecteurs
g met administratieve bezigheden zoozeer worden belast, dat
van een stelselmatig schoolbezoek weinig sprake is. In de
l toekomst zullen, nu ook de bijzondere inrichtingen meer en
1neer komen onder toezicht van den staat, die administratieve
bemoeiingen niet minder worden. Daarom achten wij het
. noodzakelijk dat bijv. bij Koninklijk Besluit een regeling wordt
getroffen, zoodat onder elken inspecteur en schoolopziener
I een voldoend bureau-personeel, van rijkswege benoemd en
· bezoldigd, wordt werkzaam gesteld. Op deze wijze geschiedt
g de administratie - vooral die op den leerplicht, welke toch
niet aan het toezicht kan worden onttrokken ­- onder leiding
‘ van den inspecteur of schoolopziener, en behouden dezen tijd
D voor het bezoeken der scholen. E­en schoolopziener kan dan
gemakk·elijk 40 scholen onder zijn toezicht hebben.
Een ander bezwaar is de te lage bezoldiging dezer amb-
tenaren. Wel wordt dit verminderd, doordat het arrondiss·e-
ments-schoolopzienerschap zou verdwijnen en dus een deel
z van het toezicht geen bijbetrekking meer zal zijn, maar toch
is ook het salaris van een districts-schoolopziener te laag.
D De post van schoolopziener en inspecteur moet ook voor
i de best-bezoldigde onderwijzers een bevordering zijn. Dit
E heeft ook de Bevredigings-Commissie gevoeld. De school-
opziener, zoo zegt zij in haar algemeene beschouwing, moet
een behoorlijke bezoldiging hebben, zoodat hij zich ten volle
aan deze taak kan wijden.
Een derde bezwaar, wat nog meer zal gelden als de beide
~ categorieën schoolopzieners door één soort zijn vervangen,
jj is het gering aantal inspecteurs. Er zijn ‘er thans 3. Een
j drie- of viertal provincies lijkt ons een te uitgestrekt gebied
. voor een schoolinspectie. Daarom achten we ’t wenschelijk
’ terug te keeren tot het systeem van de provinciale inspecteurs.
Naar wij meenen kunnen bij een reorganisatie van het
schooltoezicht in de richting van het bevredigingsrapport
deze bezwaren worden ondervangen.
De vraag of het schooltoezicht deskundig moet zijn, dient
j natuurlijk toestemmend te worden beantwoord. Bij dit woord
deskundig wachte men zich echter voor overdrijving. De
bedoeling toch mag niet zijn, dat alle schoolopzieners onder-