HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 32

JPEG (Deze pagina), 884.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
so
ä bepaling van den 4o­jarigen duur geen zin zoude hebben.
Voor de regeling van de schoolgelden verwijzen wij naar
g, hoofdstuk Il. Mocht het daar bepleite stelsel van kosteloos
onderwijs niet tot stand komen, dan zal, naar vanzelf spreekt,
§ de schoolgeldheffing voor openbaar en bijzonder onderwijs `
j_ op denzelfden voet moeten worden geregeld, in den geest
zooals het Bevredigings­Rapport aangeeft.
‘ Wat de financieele gelijkstelling betreft van de kweek-
scholen, het voorbereidend en het vervolgonderwijs, onze
Commissie meent, dat deze doorgevoerd moet worden naar
dezelfde beginselen als in het bovenstaande zijn neergelegd.
Voor zoover zich thans laat voorzien zal de toepassing dier
i beginselen niet op bijzondere moeilijkheden stuiten. Bespre-
king ervan tot in bijzonderheden schijnt overbodig, zoolang
omtrent -de inrichting zelf van deze takken van onderwijs
niet grootere overeenstemming is verkregen dan thans het
geval is.
§ 4. Waarborgen en Toezicht.
Onder dit hoofd wenschen wij drieërlei samen te vatten.
Vooreerst de waarborgen dat steeds overal in den lande
gelegenheid zij tot het ontvangen van onderwijs, dat vol-
doet aan het vereischte in alinea 3 van het grondwetsartikel.
Onze Commissi·e meent dat het volgend·e drietal bepalingen
` een voldoende regeling zouden bevatten.
a. Zoodra het aantal leerlingen, waarvoor openbaar on-
, derwijs verlangd wordt binnen een kring van 3 K.M. daalt
beneden 1o, is stichting of instandhouding van een openbare
school door een gemeentebestuur niet vereischt.
b. Aan deze leerlingen moet dan gelegenheid gegeven
worden van een onderwijzer al of niet gezamenlijk onderwijs te
ontvangen gedurende tenminste IO uur per week. 4
c. V/'anneer de betrokken ouders daartegen bezwaar heb-
jj ben, is het Gemeentebestuur verplicht de kosten te dragen
voor het bezoeken van een openbare school in de buurt (reis-
' en verblijfkosten of pension).
In de tweede plaats bespreken wij onder dit hoofd de
waarborgen van voldoende deugdelijkheid van het uit de
openbare kas bekostigde bijzonder onderwijs.
In het algemeen genomen meende onze Commissie in dit
opzicht niet meer te kunnen eischen dan wat het Bevredi­
gings-Rapport aangeeft. Slechts op de volgende punten
wijken wij van haar af.