HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 31

JPEG (Deze pagina), 940.72 KB

TIFF (Deze pagina), 7.87 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

29
het recht heeft iets te weigeren, en zonder dat dezelfde
verbeteringen op de openbare school worden ingevoerd. Wij
misgunnen die verbeteringen aan de bijzondere school geens-
zins, maar wij meenen, dat dan ook de openbare ervan be-
hoort te profiteeren. Wij zouden de betreffende bepalingen dus
in dien geest wenschen te zien gewijzigd, dat steeds de open-
bare school ter plaatse den norm aangeeft voor de bijzondere
scholen. Wordt een aanvrage om verbetering en verfraaiïng
van het schoolbestuur eener bijzondere school geweigerd, dan
moet van die weigering de mogelijkheid van beroep op
den Onderwijsraad openstaan, met dien verstande, dat zoo
het beroep als juist wordt erkend, ook aan de openbare
school gelijksoortige verbeteringen moeten worden aange-
bracht. Op deze wijze zal evenals ten opzichte van de sa-
larisregeling het belang d·er openbare en der bijzondere
school solidair worden, zoodat minder voor concurrentie be-
hoeft te worden gevreesd.
Wat de bepalingen omtrent den bouw van scholen betreft
wenschen wij er de aandacht op te vestigen, dat omtrent
de keuze van het bouwterrein ni·ets is voorgeschreven. Het
schijnt wenschelijk dat daaromtrent dezelfde bepalingen zul-
len gelden als omtrent het opmaken der bestekken.
De overgangsbepalingen van het Rapport laten naar het
‘ ons voorkomt veel te wenschen over. Wij hebben althans
niet kunnen uitmaken wie de eigenaar zal zijn van de gebou-
wen van bijzondere scholen na afloop van den 40-jarigen
termijn. Het ligt voor de hand aan te nemen, dat de ge- i
meentebesturen de eigenaars zullen zijn, evenals zij dat zullen
zijn van de nieuwe schoolgebouwen, maar dit wordt nergens
met zoovele woorden gezegd. Dit zou in ieder geval wen-
schelijk zijn, daar indien de bijzondere schoolbesturen eige-
naren van het g­ebouw blijven, deze dat gebouw zouden
kunnen te gel-de maken, en de gemeente zouden kunnen
verplichten tot het stichten van een nieuw schoolgebouw.
Dit punt dient tot klaarheid te worden gebracht, hetzij door
voor te schrijven dat de gemeentebesturen bij in werking
treden der nieuwe wet alle bijzondere schoolgebouwen tegen
taxatie-waarde behooren aan te koopen, hetzij door de be-
paling, dat die gebouwen niet mogen worden vervreemd.
Verder ontbreken in de overgangsbepalingen de noodige
voorschriften, die aangeven hoe gehandeld dient te worden
met op de schoolgebouwen rustende hypotheken, met school-
gebouwen in huurhuizen gevestigd, en tenslotte met scholen,
die in oude woonhuizen zijn ondergebracht, voor welke de