HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 28

JPEG (Deze pagina), 939.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.90 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

E
l 26
j van de overtallige niet door het Rijk betaalde onderwijzers.
, De Bevredigings-Commissie heeft bij haar arbeid ongetwijfeld
j' aan de mogelijkheid van zulke onderwijzers gedacht, waar zij
lj de verwachting uitspreekt, dat bijzondere scholen maatregelen
lj zullen kunnen nemen om tot verlaging van het maximum
j aantal leerlingen per klasse over te gaan. Nergens heeft zij
g echter met een woord gesproken over de mogelijkheid voor
de bijzondere schoolbesturen om het aan deze onderwijzers
uitgekeerde salaris geheel of gedeeltelijk uit de openbare
kas terug te ontvangen. Blijkbaar hebben dus ook de voor-
standers van het bijzonder onderwijs in de Bevredigings-
Commissie begrepen, dat de financieele gelijkstelling prac-
tisch niet tot de alleruiterste consequentie zal kunnen wor-
den doorgevoerd. Waar nu de voorstanders van het bijzonder
onderwijs in de Bevredigings-Commissie tot deze uitkomst
i geraken, kon het, zoo meenden de bedoelde leden, niet de
i taak zijn van een Commissie van voorstanders der openbare
school, om nog verder aan de wenschen van het bijzond·er
onderwijs tegemoet te komen.
De meerderheid onzer Commissie kan zich met dezen
gedachtengang niet vereenigen. Zij wenscht, voor zoover haar
adviezen gewicht in de schaal vermogen te leggen, aan alle
eenzijdige bevoorrechting een einde te maken, opdat inder-
daad de politieke schoolstrijd ophoude en vruchtbare sa-
menwerking van de voorstanders van beide soorten van
onderwijs in zijn plaats trede. «Vaar zij nu op de
, bovenaangevoerde gronden het stelsel van gefixeerde sa-
larissen over het geheele land onaannemelijk acht, staat naar
haar meening geen andere weg open, dan dat de bedoelde
toeslagen uit de plaatselijke openbare kas (schoolraad- of
gemeentekas) ook worden toegekend aan het bijzonder on-
derwijs. Aan den schoolraad of den gemeenteraad moet de
bevoegdheid worden gegeven bij verordening te bepalen
j welke toeslagen in zijn district of gemeente zullen worden
uitgekeerd boven het Rijksminimum en hoeveel onderwijzers
boven h-et Rijksminimum in verband met het aantal kin-
deren aan elke school zullen worden aangesteld. Op gelijke
verbetering der onderwijzerssalarissen en van het aantal on-
derwijzers zullen dan ook de bijzondere scholen recht hebben.
Zulk een regeling heeft ook dit voordeel, dat een actie tot
verbetering van het bijzonder onderwijs, zoo zij slaagt, ook
in bijna alle gevallen het openbaar onderwijs zal ten goede
komen.
Een tweede, met het voorgaande nauw in verband staande,