HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 27

JPEG (Deze pagina), 931.03 KB

TIFF (Deze pagina), 7.93 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

25
uitgaven: salarissen, exploitatie en bouwkosten, de eerste ten
laste van het Rijk, de beide andere ten laste der gemeenten
te brengen. Mits men in de plaats dier gemeenten de school-
raden stelt, kan onze Commissie zich in hoofdzaak met zulk
een verdeeling vereenigen. Evenwel wijken haar wenschen
ten opzichte der salarissen in twee belangrijke punten van
de voorstellen der B‘evredigings­Commissie af.
Het vastleggen in de w·et van een normaal salaris, boven
hetwelk de gemeente noch de schoolbesturen gaan mogen,
lijkt ons een onmogelijke regeling, zij zou toch alleen toe te
la.ten zijn, indien de onderwijzers staatsambtenaren waren,
die aan een bepaalde school konden worden aangesteld.
Waair echter de benoeming der onderwijzers een zaak is
van de plaatselijke besturen, moet ervoor gezorgd worden,
dat er steeds een voldoend aantal sollicitanten zich aanmel-
den, en dat kan men alleen bereiken door vraag en aanbod
met elkander in overeenstemming te brengen, m.a.w. door
de jaarwedden zoo hoog te stellen, dat de plaats boven andere
begeerlijk wordt. Maar niet alleen uit deze practische over-
weging, ook op ideële gronden kan onze Commissie zich
met de voorgestelde regeling niet vereenigen. Vooruitgang
is slechts mogelijk bij wedijver en zoo mag aan gemeente-
besturen of schoolraden niet het werkzaamst middel om hun
onderwijs te verbeteren, n.l. verhooging der onderwijzers-jaar-
wedden, onthouden worden. Ditzelfde geldt natuurlijk juist
zoo voor de besturen van bijzondere scholen. Tenslotte brengt
de vastlegging der bedragen in de wet tevens een klassifieatie
der gemeenten mede, die noodzakelijk tot onbillijkheden voe-
ren moet, want de levensstandaard houdt volstrekt niet steeds
gelijken tred met den aanwas van het bevolkingscijfer. Op
al deze gronden behooren de normale jaarwedden, in de wet
vast te stellen, 1) als ,,minima" te worden opgevat boven
welke het aan schoolraden resp. gemeentebesturen en school-
besturen vrij staat een toeslag te geven.
De vraag rijst wie zulk een toeslag voor het bijzonder
onderwijs zou moeten betalen in die schoolkringen resp. ge-
meenten waar hij aan de openbare onderwijzers is toege-
kend? Enkele leden onzer Commissie waren van mee-
ning, dat ook als men zich stelt op het boven in § 1
uiteengezette standpunt, het betalen van zulke toeslagen
steeds geheel voor rekening der bijzondere schoolbestu-
ren behoort te komen. Zij wezen daarbij op de analogie
1) Vergl. § 14.