HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 25

JPEG (Deze pagina), 971.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l 23
I
l dat onze Commissi·e het niet op haren weg acht te liggen
een nauwkeurig omschreven advies hieromtrent te formuleeren.
Daar de schoolraad gedacht wordt geheel te treden in
de rechten en verplichtingen op onderwijsgebied, welke nu
op den gemeenteraad rusten, spreekt het vanzelf dat aan iede-
ren schoolraad ­een Bureau met de noodige ambtenaren zou
E moeten verbonden zijn. Het Dagelijksch Bestuur van den
schoolraad zal de plaats moeten innemen die thans aan het
college van Burgemeester en Wethoutders in schoolzaken is
toegek·en-d. De grootte van dit Dag. Bestuur zal in verband
moeten staan met de grootte van het schooldistrict. Maakt
`V men ­eenigszins groote, bijv. een vijftig-tal in het geheele land,
Y waarvan elk met het gebied van één Rijksschoolopziener
lv zou samenvallen, dan zou de grootte van d·en schoolraad
je op veertig leden, die van het Dag. Bestuur op vijf leden
j kunnen worden gesteld. Dit zou h·et voordeel hebben, dat
l men naast schoolautoriteiten ook deskundigen op bouwkundig
en medisch gebied in het Dag. Bestuur zou kunnen opnemen.
De leden van het Dag. Bestuur zouden geheel voor de hun
è opgedragen taak moeten leven, zij zouden dus een behoorlijk
{ salaris moet-en genieten en recht op pensioen moeten hebben.
Men zou kunnen overwegen aan den schoolraad d·e bevoegd-
heid te geven de leden van het Dag. Bestuur ook buiten
den raad te kiezen. Noodig schijnt dit echter niet, daar
jr verwacht mag worden, dat een groot gedeelte van de leden
van den schoolraad g·enoegzaam deskundig zullen zijn, zoo-
ll dat het kiezen van een competent bestuur geen moeilijkheden
j zal opleveren.
g Het spreekt vanzelf, dat de schoolraad over ruime mid-
Q delen moet kunnen beschikken. In de tweede sub-commissie
Y heeft de vraag, hoe hij die middelen zal moeten vinden, een
onderwerp van bespreking uitgemaakt en is zij zelfs met
eenige uitvoerigheid bestudeerd. De sub­commissie was ech-
ter van meening, en onze Commissie heeft zich met haar
standpunt vereenigd, dat dit rapport niet de plaats is om
i daarover in bijzonderheden te treden. Wij stippen dus slechts
aan, dat verschillende vormen van financieele voorziening
kunnen worden gedacht. De tot een schooldistri-ct behoo-
rend·e g·emeenten zouden een geldelijke bijdrage kunnen
geven, uit de Rijkskas zouden vaststaande bedragen beschik-
baar kunnen worden gesteld, of wel, de voornaamste bron
van inkomsten, voor die uitgaven die niet ten laste van het
Rijk komen, zou moeten bestaan in een door den schoolraad
te heffen schoolbelasting, gedacht als opcenten op bepaalde