HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 17

JPEG (Deze pagina), 947.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

I5
ning betoogd-en, de schoolvrede geenszins in gevaar worden
gebracht. Immers mogen de voorstanders van het bijzonder
onderwijs geheel voldaan zijn, indien alle kosten, die on-
vermijdelijk zijn voor het in stand houden eener school, door
de Overheid, d.w.z. het Rijk, worden gedragen.
Er zullen besturen zijn, die zich daarmede tevreden moet-en
stellen, wijl hun de middel·en ontbreken meer aan de school
ten koste te leggen, maar in dat opzicht staan zij op ééne
lijn met die gemeentebesturen, welke, hetzij uit onmacht of
uit onwil, met de minimum-eischen op onderwijsgebied ge-
noegen nemen. Kan dus deze oplossing door de rechterzijde
worden aanvaard, een andere is voor de linkerzijde onaan-
nemelijk.
Dat deze interpretatie van de uitdrukking ,,Openbare Kas"
als Rijkskas niet in strijd zou kom-en met het denkbeeld der
bevrediging, achten haar voorstanders bevestigd door het
feit, dat wel in de Memorie van Toelichting der wetsont-
werpen gesproken wordt van de Openbare kassen, waaruit
de kosten van het bijzonder onderwijs zouden worden ver-
goed, maar in afwijking daarvan in het grondwetsartikel het
enkelvoud wordt gebruikt. Blijkbaar heeft dus de grondwet-
gever in dezen minder ver willen gaan dan aanvankelijk
in de bedoeling der Bevredigings-Commissie lag.
De meerderheid der Commissi·e kan zich met deze ziens-
wijze niet vereenigen. Het zou naar hare meening in open-
lijken strijd zijn met de vaststaande beteekenis dier uitdruk-
king in dit zinsverband, indien men onder ,,Openbare Kas"
iets anders wilde verstaan, dan ,,d·e gelden, door de belas-
tingbetalenden opgebracht". Zij acht dus de voorgestelde
interpretatie met de loyale uitlegging van het grondwets-
artikel onvereenigbaar en dus reeds op dezen grond ver-
werpelijk. Maar zelfs afgezien van elke vraag van loyauteit;
ook, al zou op juridischen grond een andere interpretatie
als aannemelijk kunnen worden geconstrueerd, dan nog zou
zij ons geen stap verder brengen tot de oplossing van het
schoolvraagstuk. Zij zou alleen den schoolstrijd opnieuw ont-
ketenen. De groote grief imm·ers, door de voorstanders van
het bijzonder onderwijs steeds naar voren gebracht, is deze,
dat zij zich gekrenkt voelen in hun recht als staatsburger,
doordat de mede door hen bijeengebrachte belastinggelden
worden besteed aan onderwijs, dat zij voor hun kinderen
onbruikbaar achten, terwijl zij daarnevens het door hen ge-
wenscht·e onderwijs ten deele uit eigen beurs moeten bekos-
tigen. De vergelijking der gemeentebesturen met de bijzon-