HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 16

JPEG (Deze pagina), 950.66 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

T4
toekomst door contributie, giften en legaten kunnen ontstaan.
Dit zou dus voeren niet tot financieele gelijkstelling van
_ bijzonder en openbaar onderwijs, maar tot financieele bevoor-
· rechting van het eerste, en alzoo in strijd zijn met het
beginsel der bevrediging. En ook, al zou de rechterzijde
y zich door deze interpretatie niet geheel bevredigd achten,
volledige bevrediging, die immers ook bevredigjng der lin-
· kerzijde inhoudt, zou alleen langs dezen weg te bereiken
1 zijn, omdat elke andere int·erpretati·e opoffering der open-
, bare school zou beteekenen. In dit verband werd gewezen
Z op de Overgangsbepalingen, volgens welke de schoolbesturen
: voor hunne aanwezige schoolgebouwen gedurende ten hoog-
A ste 40 jaar een bijdrage van de gemeente zullen ontvangen
= of wel hunne gebouwen zullen kunnen verkoopen. Het mag
ï verwacht worden, dat men deze gelden tot verbetering van
J de school en het onderwijs zal besteden, wat in geenen deele
[ mag worden afgekeurd, maar waardoor aan de openbare
Q school eene concurrentie zal worden aangedaan, waartegen
zij niet zal opgewassen zijn.
Zulk een strijd met ongelijke middelen zou men ontgaan,
en men zou in waarheid tot financieele gelijkstelling komen,
indien men in bovenaangehaalde alinea van art. 192 onder
j de ,,Openbare Kas" uitsluitend verstaat: de Rijksschatkist.
V Dan toch zouden openbare en bijzondere scholen gelijk staan
. ten aanzien van de rijksgeldmiddelen; beide zouden naar
· behooren verzorgd worden ·en alleen door deze middelen
kunnen bestaan. Het spreekt vanzelf, dat hiermede gepaard
‘? zou moeten gaan een geheel andere verdeeling van de on-
l_ derwijskosten over Rijk en Gemeente, dan thans geldig is.
· Alle kosten, die onvermijdelijk zijn om een school in
A stand t-e houden, zouden door het Rijk moeten worden ge-
dragen. Daarnaast heeft dan de bijzondere school haar
Y; bestuur, haar verzorger, haar bewaker, wiens taak het is
s de school tot meerderen bloei en tot grootere ontwikkeling
l te brengen, en zoo heeft ook de openbare school behoefte
aan de speciale zorg van een bestuurder, en daarvoor kan
; niemand zoo goed optreden als het gemeentebestuur. De
ig gemeente behloort het schoolb·estuur te zijn
“ der openbare school. Evengoed als nu het bijzonder
ï schoolbestuur uit eigen middelen den bloei van de aan zijne
zorg toevertrouwde inrichting kan bevorderen, zoo behoort
Vi de gemeente uit de genieentekas zoo noodig bijdragen te
S leveren tot voortgaande volmaking der openbare school.
i Met deze voorstellen zou, naar de voorstanders dezer mee-