HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 13

JPEG (Deze pagina), 945.04 KB

TIFF (Deze pagina), 7.87 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

II
Het doel van onzen arbeid, gelijk het in onze eerste bij-
eenkomst werd uiteengezet, moest zijn leiding te geven aan
de publieke opinie, speciaal bij de voorstanders van het
openbaar onderwijs, omtrent den herbouw van het voorbe-
reidend en lager onderwijs, noodig geworden door de jong-
ste Grondwetsherziening. Het spreekt vanzelf, dat wij daarbij
meer op den voorgrond hebben gesteld wat ons vereenigde
dan wat de leden onzer Commissie verdeelt. Bij menig on-
derdeel der in ons rapport te bespreken regelingen heeft
het een of het ander lid onzer Commissie afstand gedaan
van persoonlijke voorkeur, het naar zijn of haar meening
betere terzijde gesteld voor het bereikbare goede. Daarom
kan niet elk onzer leden geacht worden met alle conclusies,
nog minder met alle motieven, die er toe geleid hebben, in
te stemmen, ook waar dit niet uitdrukkelijk is vermeld.
Slechts waar onoverkomelijke en principiëele bezwaren zich
voorded-en tegen het standpunt, door de meerderheid inge-
normen, h·eeft de minderheid daarvan doen blijken in de
nota’s, die ons rapport vergezellen. Omtrent de indeeling
van ons rapport kunnen wij volstaan met enkele woorden.
Dat wij in de eerste plaats de financieele gelijkstelling van
openbaar en bijzonder onderwijs bespreken en de vragen
waartoe deze aanleiding geeft, zal niemand bevreemden, die
rekening houdt met de aanleiding tot het ontstaan van ons
rapport en het oogenblik waarop het verschijnt. Tot de
bespreking dier gelijkstelling en haar gevolgen rekenen wij
ook die van d·e waarborgen, zoowel voor voldoende algemeen
openbaar onderwijs als voor voldoende deugdelijk bijzonder
onderwijs. In dit verband is ook de nieuwe regeling van
het schooltoezicht besproken. Wij laten daarop volgen de
bespreking van de organisatie van ons volksonderwijs, gelijk
wij het ons op den nieuwen grondslag opgetrokken denken.
Die bespreking valt uiteen in drie onderdeelen. Hoofd-
stuk II van ons rapport behandelt de nieuwe organi-
satie van ons onderwijsstelsel in zijn drie onderdeelen:
voorbereidend, lager, en vervolgonderwijs. Hoofdstuk III
heeft betrekking op h-et onderwijzend personeel; het be-
, handelt de opleiding, de salarieering, en de interne ver-
' houdingen in de school. In Hoofdstuk IV eindelijk worden
een aantal vragen van socialen aard besproken, die voor
het onderwijs van overwegende beteekenis zijn of bij wier
oplossing de medewerking der school niet kan gemist worden.
Nieuw zijn de meeste der eischen niet, die wij in deze
hoofdstukken stellen. Zij zijn helaas voor de meesten der
t