HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 124

JPEG (Deze pagina), 649.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

{lm!
{el " «
it; j
ijf 2
ï
iïïi l
|§E Ei
xl
122 lj

ç.
K
M NoTA. ;
__
. .. . . . lt
Hoewel ik mij met sommige van de in dit rapport gegeven lt
conclusiën en de daarvoor aangevoerde gronden niet heb kun- {
gig? nen vereenigen, meen ik toch, dat door den rapporteur te f
goed de meeningen der minderheid zijn weergegeven om 1
jij voor elk onderdeel nog eene aparte plaats tot uiteenzetting i
van mijn standpunt te vragen. Twee onderdeelen zijn er
echter, waartegen mijne bezwaren te overwegend zijn, om '
stilzwijgend te kunnen berusten in de naar mijne meening j
averechtsche conclusie, do-or de commissie geformuleerd. Het j
eerste betreft de algemeene kosteloosheid van ’t onderwijs,
het tweede de positie van den onderwijzer. Nu de heer ‘
Zernike echter zijne meening omtrent deze beide punten in T
de hiervoorgaande nota heeft uiteengezet, meen ik te kunnen Y
volstaan met de verklaring, dat ik die meening gaarne on- ;
gi? derschrijf, geheel wat punt r, grootendeels wat punt 3 betreft. r
Ten opzichte van de beide andere punten van deze nota moet
geil; ik echter verklaren, dat de denkbeelden, in punt 2 vervat, slechts T
ggï; voor ·een deel de mijne zijn en dat ik mij wat punt 4 aangaat,
.;:2 . . .
op het standpunt van de meerderheid der commissie heb .
geplaatst. T
ïïïz T
A. M. STELLWAGEN. ij
a
ii i‘

«
V
clip
lle,
Eêïë T
li
T
li . «
à?<ï H
¤.
wi W.
w
jlï
:»,‘
l'_
N ·
il i i is ,_. i s l