HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 118

JPEG (Deze pagina), 915.62 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

itt


116
tljï
de opleidingsschool, die aan hare leerlingen de eerste voorbe-
reiding geeft voor eene meer wetenschappelijke bestemming.
EJ:
2e. De opleiding der onderwijzers. Eenzelfde
gemis aan werkelijkheidsbesef zie ik in de voorstellen
der Commissie betreffende de opleiding der leerkrachten,
zoowel voor het lager, als -­ en in nog sterker mate
~- voor het voorbereidend onderwijs. Met de meeste in-
stemming l-ees ik in het Rapport: ,,Bij de opleiding
moet het zwaartepunt liggen in de aankweeking van de
bij alle onderwijs zoo onmisbare persoonlijkheid." Ik
ontken echter, dat voor die aankweeking een zoo lange
en zoo moeilijk te volgen studiegang vereischt wordt, als
de Commissie wenschelijk acht. Dat een onderwijzer ooit
Fri, te veel zou kunnen weten, wil ik niet beweren; ik zou het
jj, dan ook niet wenschelijk achten, dat de half universitaire
opleiding, die de Commissie wil, voor den aanstaanden onder-
jïij wijzer zou worden afgesloten, - voor de besten onder hen
moet alles bereikbaar zijn - maar ik ontken: 1e. dat di·e
opleiding voor allen noodig en 2e. dat ze voor allen
fïeê mogelijk is.
Men kan wel een klinkend programma opstellen van- wat
een onderwijzer in zake paedagogie, psychologieen ethiek
onder de knie moet hebben, maar op den keper beschouwd,
is wat men daarvan op de school - of op de universiteit -
kan opdoen, van weinig bete'ekenis, vergeleken bij wat het
Qieêg leven zelf leert aan .... de weinigen, die voor die studie de
noodige vatbaarheid bezitten.
jgji In deze laatste woorden ligt een zin, die v­oor verdere toe-
passing vatbaar is. Allen, die eene zoo hoog opgevoerde
voorbereiding voor het onderwijzersambt noodig achten, ver-
liezen de eenvoudige waarheid uit het oog, dat er bij lange
je na niet genoeg jonge lieden gevonden worden, die aan die-
eischen zouden kunnen voldoen. Er gaan nu reeds veel te
veel leerlingen naar onze H. B. S. 5 j. c.; van dat groote
aantal bereikt nog geen derde deel den eindpaal. Met hoe
hoog bedrag zou dat aantal niet vermeerderd moeten worden,
indien men alle aanstaande onderwijzers en onderwijzeressen
der lagere school door de H. B. S. 5 j. c. zou willen laten
gaan? Wat zou het onvermijdelijk gevolg zijn? Dit, dat het
peil der H. B. S. belangrijk zou dalen. Iedere onderwijs-
gl inrichting moet zich ten slotte toch richten naar het mate-
gëiz riaal, dat haar ter bewerking wordt gegeven. Maar dan zou
toch groot kwaad geschieden aan de mind‘erheid, waarvoor
V
!,]»
ii
ll
l
ll cccc c .