HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 116

JPEG (Deze pagina), 834.11 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

Vl ‘
ll .
ll ·
jl
H4
nl
ill

lille
N O T A.
._
Pil

Hoewel in de Inleiding van dit Rapport er op gewezen
is, dat niet ieder der ·Ond‘erteekenaren geacht mag wor-
äljï den in te stemmen met alle conclusiën, waartoe de Commissie
gekomen is, en hoewel de Rapporteur met prijzenswaardige
onpartijdigheid zich heeft beijverd, telkens de meening der
minderheid in voldoende licht te plaatsen, zoo zijn er toch
enkele onderwerpen van aanbelang, waaromtrent de motieven,
waarop eene van de m‘eerderheid afwijkende meening rust,
niet voldoende zijn uitgekomen, waarom ik gaarne gebruik
maak van de gelegenheid, het ontbrekende zooveel mogelijk
aan te vullen.
Mijne bezwaren betreffen:
1e. de algemeene volksschool;
2e. de opleiding der onderwijzers;
I 3e. de wetgevende schoolvergadering;
4e. den grondslag der jaarwedden-regeling.
lil
re. De algemeene volksschool. Ik denk hier niet
aan de door de Commissie geëischte kosteloosh·eid van het
onderwijs ; wat dat onderwerp aangaat, kan ik mij geheel ver-
eenigen met de in het Rapport ontwikkelde zienswijze der
minderheid. Ik heb hier het oog op de meening der Com-
T missie, dat de algemeene volksschool voldoende zou kunnen
il]; voorzien in de behoefte van die leerlingen, welke later voor
hoogere studie bestemd zijn. Het hoogere, zegt de Commissie,
moet aan het lagere aansluiten, het lagere moet niet voor
het hoogere opleiden.
Met die uitspraak kan ik mij volkomen vereenigen, voor
Q zoover het ’t onderwijs betreft, dat aan de groote meerderheid
Eli, gegeven wordt. Dat het h‘erhalings­ of vervolgonderwijs zich
ill moet aansluiten aan het gewoon lager onderwijs is vanzelf-
sprekend, evenzeer als dat het lager vakonderwijs, in zijn
lf theoretisch gedeelte een voortzetting behoort te zijn van wat
de volksschool heeft gegeven. De H. B. S. en het Gymnasium
EQ, echter trekken niet de meerderheid, maar slechts een uiterst
kleine minderheid, volgens de berekening der Ineenschake­
Q lings-Commissie niet meer dan 50/0 van het totaal aantal
H1 schoolgaande kinderen. Die minderheid behoort de geestelijke
êljïï
äääl
Ill

ï .