HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 115

JPEG (Deze pagina), 807.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.95 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

II3 I
l
ten uit de dagelikse omgang. Zij kunnen wèl weten wie van hen
het meest waardig zou zijn de school te vertegenwoordigen, wie l
door kennis en ervaring door eerlikheid en plichtsbetrachting j
uitmunt boven de anderen, wie in staat geacht mag worden l
door taktvol optreden tegelijk het belang van het onderwijs i
te dienen en konflikten te vermijden. Welnu, zeggen wij, geef
aan het personeel der school, aan de schoolvergadering, de
wettelike bevoegdheid, die niemand beter dan haar toe­ i
komt: het recht haar eigen voorzitter - voor een bepaalde
tijd, zoals steeds! - te kiezen en deze te belasten met de
funkties, die een goede schoolorganisatie nodig maakt. Voor
zeer kleine scholen zou men het langst aan de school ver-
bonden lid van het personeel daarvoor kunnen aanwijzen.
Wij ontveinzen ons niet, dat tegen zulk een systeem ernstig j
geopponeerd zal worden en wij voorzien de bezwaren. \7at t
zal er, zo horen wij vragen, op die manier van de kontrole ,
terecht komen? Zal de schoolvergadering niet veelal de meest
plooibare uit zijn midden kiezen, de man of de vrouw, van
wie zij voorziet, dat zij ’t minste last zal hebben? Och,
zeggen wij, vreest gij voor gebrek aan kontrole? Stel dan
een paar schoolopzieners of plaatselike inspekteurs meer aan.
Maar de ervaring zal wel uitwijzen, dat het niet nodig is.
Want het onderwijzend person‘eel van onze lagere scholen,
als geheel genom‘en, wil niet liever, dan zijn volle plicht be- t
trachten en leven voor zijn werk. Vl/ie aan verschillende scholen l
met vrij groot personeel werkzaam geweest is, weet, dat het
zo is. l/[aar er zijn twee omstandigheden, die onze onder- j
wijzers beletten hun volle hart te geven aan de school: hun
onvoldoende bezoldiging en hun afhankelike positie. Velnu, i
zeggen wij, wilt gij het onderwijs hervormen, uitstekend, maar
weest overtuigd, dat er geen hervorming dringender is en
rijker vrucht-en zal dragen dan die maatregelen, die in staat
zijn de beroepsliefde der onderwijzers te vergroten en hen
nauwer aan de school te binden. i
5. joossr;. l
j. j. LAMERS. j
Kl. DE VRIES. l
I