HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 112

JPEG (Deze pagina), 947.29 KB

TIFF (Deze pagina), 8.02 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

it'- ` i
it

Ei
IIO
fl
gl stelling van het leerplan en wat daarbij behoort? Vij denken
jg, het niet en wij gronden onze mening op dit veelbetekenende
gj feit, dat de overgroote meerderheid van de konflikten, die in
de lagere school voorkomen, hun oorsprong danken aan de
macht, die aan het hoofd als bestuurder van de school ge-
geven is. Wij hechten grote waarde aan het instituut school-
vergaderingen, mits zij iets anders zijn dan bijeenkomsten,
waar het hoofd der school de verschillende meningen aanhoort
en ten slotte zijn eigen zin doet. Maar wij zien niet voorbij,
dat ook de best ingerichte schoolvergadering slechts een be-
perkte taak heeft: zij kan de gang van het onderwijs in hoofd-
trekken regelen, algemene maatregelen van orde en tucht
vaststellen, bepalingen treffen omtrent schoolreisjes, school-
bibliotheken en dergelijke zaken meer. Maar als zij zich ,
.. daartoe beperken moet, als zij geen invloed heeft op de leiding ,
if in de school, niet de bevoegdheid heeft de persoon aan te
Y wijzen, die deze uitoefent en zo nodig kritiek te oefenen
op de wijze, waarop dit geschiedt, blijft het wezenlike deel
g. van de macht in de school aan het hoofd en verandert er dus
Cf in het wezen van de zaak te weinig in de toestand,
· zooals wij die op het ogenblik kennen.
En dat te minder, wijl de z.g.n. ,,wetg*evende macht" van
het hoofd der school, omschreven in art. 21 en die men
ig hem dan wel zou willen laten delen met de schoolvergadering,
in de praktijk dikwijls heel weinig beteekent. Herhaaldelik
ziet men 'het, vooral in de grotere plaatsen gebeuren, dat
B. en W. in overleg met de Distriktschoolopziener wijzigingen
{il in het leerplan en de regeling der schooltijden aanbrengen,
en dat de hoofden van scholen zich daarbij hebben te bepalen
gj? tot het uitbrengen van een advies, waarvan de autoriteiten ·
zich zooveel aantrekken als zij verkiezen. Het leerplan geldt
daar voor een dikwijls talrijke groep van scholen en er is
geen sprake van, dat er van enig initiatief van het hoofd [
iets zou kunnen komen. Zelfs voor bo‘eken en leermiddelen [
hebben zij zich te houden aan de ambtelik vastgestelde lijsten. l
ij Deze schijn van bevoegdheid, deze schaduw van invloed nu
iif zou men aan de schoolvergadering willen geven en men zou
denken daarmee de school van de toekomst op een stevige,
li, demokratiese grondslag te hebben gevestigd en de bron van
konflikten gestopt?
j` Men zal het met ons eens zijn, dat de lagere school bij uit-
stek is het instituut van volksopvoeding en dat het gehele
volk er belang bij heeft, deze school zo goed te maken, als _
iet maar enigszins mogelik is. VVanneer nu een talrijke groep
tl-#
ill
jlv
JR
lt ~
gi;
[
l - .