HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 111

JPEG (Deze pagina), 935.60 KB

TIFF (Deze pagina), 7.95 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
109 j
1
suggestieve invloed, die van de hierboven geciteerde definitie zou I
kunnen uitgaan. Evenmin als het bij hen opkomt, het standpunt
van de meerderheid der kommissie te karakteriseren door de be-
kende regels van De Genestet over de ,,middenman", zouden
zij wensen, dat van de andere zijde met de enkele woorden: j
,,extr-eme wens‘en" en ,,reaktie" de beginselen, die zij verde- j
digen, zouden worden geoordeeld. Zo zij een uiterste richting j
vertegenwoordigen, het is een richting, die door een krachtige
vakvereniging van over de 7ooo leden wordt ingeslagen;waar-
toe een andere vakorganisatie, het N. O. G., in de laatste jaren
meer en meer is genaderd, waaraan, wat het hier te behandelen
onderwerp betreft, een onzer invloedrijkste politieke partijen, j
de S. D. A. P. zo goed als volledig zijn sanktie heeft gegeven.
Acht men het waarschijnlik, dat de brede massa, die voor deze l
denkbeelden staat en er voor strijdt, louter zou gehoorzamen l
aan een behoefte tot verzet tegen een dwingende overmacht, j
zij, die wellicht voor geen honderdste deel van die overmacht i
ooit iets merkt?
Tweeërlei bevoegdheden zijn bij de Wet op het Lager onder- §
wijs aan het hoofd der school toegekend. Vooreerst bepaalt j
artikel 21, dat ,,de regeling van de schooltijden en van de l
vakantiën, de vaststelling van het leerplan en van de bij het l
onderwijs te gebruiken boeken en de verdeling der school in i
klassen geschieden door het hoofd der school ..... onder
goedkeuring van B. en V. en van de districtschoolopziener."
Op deze bevoegdheid heeft de meerderheid der kommissie
het oog gehad, toen zij naar de oorzaak zocht van de minder l
goede verhoudingen die sinds jaren in ·de lagere school heersen. j
En zij meende deze oorzaak te kunnen wegnemen door de j
genoemde bevoegdheden in handen te leggen van de school-
vergadering. j
Maar het hoofd van de school heeft nog een tweede bevoegd- j
heid. Het is de bevoegdheid die begrepen is in de aanduiding
van zijn ambt: hij is het hoofd van de school, hij regelt `
en bestuurt, hij beveelt, verordent en leidt, hij is de patroon
of de baas. Deze bevoegdheid drukt meer dan de eerst-
genoemde zijn stempel op het dagelikse schoolleven, zij schept `
tussen het hoofd en de klass·eonderwijzer de verhouding, zoals {
zij in de meeste scholen nog bestaat, die van superieur tot 1
ondergeschikte. j
Zou men nu inderdaad denken, dat deze verhouding zich
voldoende zou wijzigen, indien slechts dit veranderde, dat 1
de schoolvergadering medezeggenschap kreeg in de vast- I
l
l