HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 107

JPEG (Deze pagina), 806.43 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

105 l
voor een bepaald vak meduezeggingschap gegeven aan
de besturen der patroons- en werklieden-organisaties. 1
Met de speciale eischen van een vak (seizoenarbeid) j
worde rekening gehouden bij de verdeeling van het j
’ minimum aantal uren (i óoo per jaar) over 'het geheele j
jaar. l
V. Voor het vervolgonderwijs worden afzonderlijke onder-
wijzers aangesteld, wier opleiding en salarieering dezelfde
is als bij het L. O.
HOOFDSTUK III.
HET ONDERWIJZEND PERSONEEL.
A. Dir OPLr:1n1NG.
§IO. De opleiding thans en de voorstellen der Bevredigings-
Commissie. L
I. De opleiding tot het onderwijzersambt in onze huidige
wetgeving is onvoldoende.
II. Er behoort te zijn een opleiding, uitsluitend aan Kweek- j
scholen met één bevoegdheid als einddoel. j
§1I. Opleiding naar de wenschen onzer Commissie.
I. De regeling der opleiding in het rapport der B. C. heeft
naast belangrijke voordeelen deze twee nadeelen.
a. dat de beroepskeuze te vro-eg moet plaats hebben en
de onderwijzer te jong volledig bevoegd verklaard wordt. j
b. dat de vooropleiding (I·I.B.S. 3-j. c. of lVI.U.L.O.) onvol- j
doende voorbereiding is voor een grondige vakopleiding en .
de leerlingen aan deze laatste op te jeugdigen leeftijd
moeten beginnen. i
II. De opleiding behoort aldus geregeld te worden dat na
een 5 à 6-jarige voorbereiding aan lyceum, gymnasium j
of I·I.B.S. een vakopleiding volgt van 4 jaren aan een
Kweekschool. i
III. Vlïanneer blijkt dat het onder II aangegeven plan nog j
niet verwezenlijkt kan worden, dient bij de aanvaarding
van de denkbeelden der B. C. ­daarin deze verandering 1
" te worden gebracht dat de tweejarige vervolgcursus der (
Kweekschool wordt g­esplitst in een A- en een B-afdeeling.
§I2. Bezwaren tegen deze plannen en hun weerlegging.
§13. Opleiding voorbereidend onderwijs. j
I. De opleiding voor de onderwijzeressen voor het voor- l
l
‘ i