HomeEene stem uit het corps, betreffende de concept-wet tot regeling van de bevordering, het ontslag en het op pensioen stellen der Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 664.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 10.82 MB

l'
3; 11
l
zeggen: de Staat moet zoo goed inogelgk gediend worden,
en men behoeft niet te vragen, wat de Ofiieieren al of
niet aangenaam vinden; maar dit argument vervalt bijna
geheel, als men nagaat, dat bj de vorige, evenmin als
bij de nieuwe wet, de geschiktheid voor bevordering
ontbreken mogt, en dat alleen sprake is van hen, die
jl kundig en geschikt zijn, zoodat de Staat per se goedge-
j diend zal Wezen.
il Resumerende, bestaan alzoo bi_j den schrijver dezes
de volgende bedenkingen tegen de bevordering uitsluitend
1 bij keuze: e. onmogelükheid om onder de geschikten
ii juist de meest geschikte uit te kiezen, daar in deze zekere
i maatstaf ontbreekt; b. het grievende voor de terugge-
_ zette, geschikte Otlicieren, e. het onaangename, dat er voor
jl Officieren, die bevorderd worden, zelf in ligt, aan hunne
i geschikte kameraden te worden voorgetrokken. Vraagt men
j ' nu: wat wilt dan? Dan is het antwoordzbehoudvan de
j Wet, zoo als die nu is, zoodat Z. M. de Koning de be-
voegdheid heeft, om, bij bijzondere gelegenheden, in
oorlogstgd of anderzins, zeer verdienstelijke Offieieren,
I die werkelijk iets bijzonders hebben gedaan, bij keuze
i te bevorderen; maar overigens bevordering bij ancien-
niteit, met zeer strenge passeering, zoodat Officieren, die i
niet volkomen geschikt worden geoordeeld, de hoogere
betrekkingen goed te vervullen, niet bevorderd kunnen
. worden en, eenmaal gepasseerd, bij eene volgende gele-
genheid niet weder in aanmerking kunnen komen. Dit
is, naar schrijvers inzien, de beste wüze om den Staat
niet anders te laten behouden dan kundige en geschikte i
dienaren, en tevens de regten en belangen van een ge-
heel corps op eene billijke wijze te waarborgen, door de
1nog«·lijkhei«l van \'lll(*l{(¥lll‘ uit te sluiten.