HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 7

JPEG (Deze pagina), 589.55 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

5

i Op de brochure, door het geachte lid uit de hoofdstad,
j zitting hebbende voor Er/am, bedoeld, ofschoon door
een’ Vlag-Oflicier in het licht gegeven, en wel zonder
] daarvan vooraf eenige kennisgeving aan het Ministerie te
doen, heb ik gemeend niet anders te moeten antwoorden,
dan door, krachtens bevel van wijlen Z. M. WILLEM II,
eenige teregtwüzingen aan dien Vlag­Oh`icier zelven te
rigten; vooral, omdat wel züne eerste memorie, doch
züne tweede memorie nimmer, door hem aan mij is inge-
zonden , noch eenig voorstel omtrent het daarin behandelde
is gedaan.
Thans echter, daar de attentie van een, welligt van
_ meerdere, der leden dezer vergadering daarop gevallen
is, en ik deswege ben geïnterpelleerd, is het niet alléén
pligt, maar zelfs aangenaam, kortelijk eenige der
voornaamste punten, in de bedoelde brochure voorko-
mende, toe te lichten, ten volle bereid, wanneer het mogt
g worden verlangd, dit meer in bäzonderheden te doen.
Het doel der twee memoriën, het vlugsehrift uitma-
j kende , is de verplaatsing van het Instituut voor de Marine ,
sedert weldra twintig jaren te Medernblik gevestigd , naar
elders, om de twee volgende redenen: 1°. om de onge-
zonalheicl dier plaats , het onderwerp der eerste memorie,
ti en 20. als middel van bezzlizzigirzg, dat der tweede
memorie.
lk zal md dus hoofdzakelük met deze beide punten
j.
2

l