HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 5

JPEG (Deze pagina), 530.23 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

ï
Q O••-_..=.=-­­­­­-­-­-
l
l
i
Xs Gravenhage, 14 September 1849.
i
l
i In de zitting van den 19‘l‘”-‘ Junij l. ben ik door een
j geacht lid uit de hoofdstad, zitting hebbende voor Edam,
iq geïnterpelleerd geworden, omtrent het Koninklük Instituut
voor de Marine te Medemblik, ten gevolge eener brochure
over gemeld Instituut, door eenen onzer Vlag­Ollicieren,
j den Schout­b§­Nacht Taneueaeen, uitgegeven.
j Ik heb mü dadelijk bereid verklaard, daarop le ant-
j woorden; doch het uur reeds ver gevorderd en een ander
§ onderwerp in behandeling zijnde , voorgesteld , dit op een'
volgenden dag te bepalen.
Ik bad dan ook mün antwoord den volgenden dag ge-
j reed; doch de Vergadering was voor eenen geruimen tijd
verdaa gd .
Toen zü later weder bijeenkwam, ben ik dikwijls bij
hare beraadslagingen tegenwoordig geweest, doch vond
steeds bepaalde onderwerpen aan de orde van den dag en
in behandeling; en meende ik dus den tijd niet te mogen
vergen, die er tot de mededeeling van mijn antwoord zou `
worden vereischt; want was de interpellatie kort, de bro-
I ohure, waarop zü wees, was het niet, en dus konden
i ook de inlichtingen, wilden volledig züu, 'hiet kort
wezen.
+
á
f