HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 20

JPEG (Deze pagina), 663.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.40 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

18
tzaken onbekende, indruk te maken door het tooverwoord
bezuiniging. T
ez. Hetzelfde kan gezegd worden van de Sergeanten ti-
tulair of effectief, die bg het detachement te Madernblik
zgn; zg behooren tot de sterkte van het corps, waarvan
de Onder-Ollicieren nog niet eens voltallig zgn, en waren
zg niet daar, zg zouden elders dienen.
Dat men sommige van hen de lessen der Adelborsten
laat bgwonen, kost geen cent meer, en men verkrggt op
die wgze wel onderwezene jonge Onder­Of1icieren, die l
men, in geval van nood, tot Oflicicren voordragen kan. i
Zg kunnen echter nimmer ten nadeele zgn van de Adel-
_ borsten op het Instituut, die voor de Mariniers worden
opgeleid, daar deze, na volbragten cursus, regt hebben
op eene aanstelling als Oflieier. Dit punt schgnt dan ook 6
voornamelijk genoemd te zgn, om iets meer te kunnen
gispcn, en dat men dit zelf gevoelde, blgkt, daar pro
memorie gebragt wordt hetgeen men als bezuiniging op
dit punt wil doen voorkomen.
f. Eindelijk worden nog eenige geringe bezuinigingen
opgegeven, die gedeeltelijk reeds ingevoerd, gedeeltelijk
nog in overweging, gedeeltelgk niet raadzaam zgn. Zet
men al de fictieve bezuinigingen ter zgde, dan is het over-
blijvende, zoo als het in de brochure wordt opgegeven,
van luttel belang.
Ik geloof hiermede genoeg te hebben gezegd, om te P
betoogen, dat vele der voorstellen, in het bedoelde vlug- `
schrift , ondoeltreffend, de aangevoerde gronden onjuist zgn.
Ik zal dan ook uwe aandacht niet langer vermoegen, en
hier alleen bgvoegen, dat, zoo als in het rapport der
Ministers van 16 November l. l. aan den Koning is gezegd,
het Instituut te Medemblik een onderwerp van naauw-­
keurig onderzoek uitmaakt, en dat men, zoo als geble-