HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 17

JPEG (Deze pagina), 653.40 KB

TIFF (Deze pagina), 6.37 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

15
daar tusschen ligt echter eene tijdruimte van twee jaren,
namelijk 1846, en 1848. Ook mag niet onvermeld blüven,
dat die Ambtenaar, dadelijk na de terugkomst van zijne
·~ zending, zich bij mij vervoegde, en verklaarde, hij
nimmer verlangd had zünen zoon voor räks rekening ge-
plaatst te zien, en hij ongaarne een dergelijk gunstbewüs
zou blüven genieten, zoo als dit dan ook sedert heeft
opgehouden.
Dit zal genoeg zijn, om aan te toonen, hoeveel over-
drijving ook in dit gedeelte van het geschrijf heerscht, en
welk oordeel men moet vellen over eenen hooggeplaatsten
Officier, die op deze wijze gebruik maakt van stukken uit
een geheim archief, namelijk bij de eerste memorie, en
van zaken, die hem alleen in zijne betrekking bekend
~ kunnen zgn; en de tweede, niet om er den Minister op­
j merkzaam op te maken, of om hem voor te lichten,
maar die zonder voorafgaande opmerking door den druk
openbaar maakt; -­ en dit diene een geaeht'Lid uit Zee-
· land, die onlangs de Ministers van Oorlog en van Marine
wilde interpelleren, of het den Ollieieren ook verboden
was te sehrüven, tot antwoord. Beter blijk kan er wel
niet gegeven worden, dat zoodanige bevelen nimmer ge-
geven zgn.
l:. De afsehafjïng van het stoomvaarmig Laurens
Koster, hoewel een verlies voor het praktisch onderwijs in
de stoomwerktuigkunde aan het Instituut, is, om der be-
. zuinigings wille, reeds bewerkstelligd, ofschoon de daardoor
verkregene besparing nog geen zesde bedraagt van hetgeen
als daardoor te verkrggen wordt opgegeven; ook was er
reeds toe besloten vóór het uitkomen der brochure.
De oorzaak, dat dit vaartuig vroeger aan Medemblik
werd toegevoegd, is, omdat het behoorde aan het Depar­·
tement van Koloniën, en kosteloos aan het Departement
van Marine werdafgostaan, waarbij het te Medemblik kon