HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 14

JPEG (Deze pagina), 698.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.38 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

YZ
butie door het rijk wordt betaald, het Instituut verlaten,
en slechts zeer enkele, en alleen de zoodanige, waartoe
overwegende redenen zijn, op die wijze zullen worden
toegelaten. vi
Volgens de brochure zou men moeten denken, dat hier
bloot gunsten worden verleend, zonder de aanleidende ’ `
oorzaken grondig te onderzoeken. Dit is geenszins het
geval; de gronden, waarop plaatsingen voor geheele of
halve rijks rekening worden aangevraagd, worden naauw-
keurig onderzocht, en er bestaan aan het Departement
van Marine alle noodige bewijsstukken; een daarvan ge-
vormde lijst, waarin die gronden behoorlijk omschreven
en zoodauig gestaafd zijn , dat die lijst, publiek gemaakt,
ten duidelijkste zou doen blüken, dat hier in de toepassing
van de bestaande bepalingen geen misbruik plaats heeft,
en slechts op zeer enkele uitzonderingen welligt aanmer­ j
kingen te maken zouden zgn, waarvan men dan ook niet 1
in gebreke is gebleven, partg te trekken, liever dan er D
mü vooraf attent op te maken. Overigens leg ik hier de
verklaring af, dat geen der personen, aan welke.plaatsin­
gen voor geheele of halve rüks rekening zijn toegestaan,
tot mg in eenige betrekking staan.
Maar hoe onkiesch zou het wezen, om den geheimen
toestand der familiën openbaar te maken. Ik zal mü dus
tot eenige algemeene aanmerkingen bepalen, doch maak
geen bezwaar, de door mij aangehaalde lüst ter inzage
aan te bieden aan zoodanige der Heeren Leden, als dit
zouden vvenschen, waartoe ik die voor mü heb liggen. _
In de brochure wordt verder gezegd, de meeste zün
zonen van Hoofd­Ot`Hcieren der Zee- en Landmagt, van
hooggeplaatste hoogbezoldigde Ambtenaren, enz. Het
laatste geval is genoegzaam de eenige uitzondering, waar-
van ik hier boven sprak, en bepaalt zich dus tot één. Maar
omtrent de IIoofd­OlIicieren; het is waar, er zgn kinde-
ren van onderscheidene hunner, waaronder ook gepensio-