HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 12

JPEG (Deze pagina), 689.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

10
de tweede, nimmer bij mg ingekomen memorie, behan-
deld, nameljjk: de bezu·ini_qiw_q.
De Sehrüver noemt eenige punten op, die daarvoor
vatbaar zouden zijn, en begint met: _
l
a. Het afschaffen van plaatsen van Adelborsten op j
rijks rekening; een punt, waarop de aandacht bepaal-
delijk gevestigd wordt, en dat te minder noodzakelgk was,
daar, zoo als de schrijver zelf aanhaalt in eene noot aan
den voet van bladz. 44-45, in de zaak reeds was voor-
zien. Immers in het voorgaande jaar werd niemand voor
geheele, en niet meer dan drie jonge lieden voor halve J
rijks rekening toegelaten, hetgeen in het geheel eene uit- ij
gave van 600:- per jaar veroorzaakt, en is verder open- "`
lük in de Staats­Courant vermeld, dat deze gunst voor
den vervolge niet dan hoogst zeldzaam zou worden toe- L
gestaan.
Dat de schrij ver der brochure vroeger zoo veel bezwaar
in dat plaatsen voor rijks rekening niet vond, kan daar-
uit blijken , dat hg, kort vóór de redactie züner tweede j
Memorie, die gunst voor zëjmm eigen zoon vroeg, het-
geen echter niet kon worden toegestaan, zoodat dan ook
door ZEd. daarvan onmiddellijk werd afgezien, en, zoo
het schünt, zijne zienswüze veranderde.
P Intusschen. is het noodig, deze zaak nader toe te lich­·
ten. De contributie voor de Adelborsten is 400:- ’s jaars,
daarenboven moeten zij voorzien in hunne kleeding, on-
derhoud daarvan, bevvassehing, reisgeld en andere kleine
onkosten; zoodat men stellen kan, dat een Adelborst, zoo
lang hü op het Instituut is, minstens f'700:­ ’s jaars,
zoo niet meer, aan zäne familie kost; wanneer men
daarbij in aanmerking neemt, dat er, behalve het gewoon
onderwüs, zeker een paar jaren op een voorbereidend
Instituut vereiseht worden, om aan het vrä uitgebreid
examen behoorlijk te voldoen, dan is daaruit gemakkelijk