HomeBrief van Zijne Excellentie den Minister van Marine, van den 14den september 1849, aan den Heer Voorzitter van de Tweede Kamer dPagina 10

JPEG (Deze pagina), 722.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 15.14 MB

E
e Z
De schrijver van het vlugschrift vindt het zelfs opmerke­ I
lijk, dat niettegenstaande de ongezondheid van Medemblik, .
men zoo weinige sterfgevallen te betreuren heeft; dit is
zóó waar, dat in de ruim 19 jaren tüds, dat het Instituut
aldaar bestaat, er slechts twee Adelborsten overleden zün,
en wel door geheel andere oorzaken, dan de aldaar heer-
schende koortsen; doch daarentegen haalt men aan , dat
de sterfte onder de Adelborsten 1** klasse (dus na het ver-
laten van het Instituut) gewoonlijk zeer groot is. Ook
dit is eenzijdig; immers men wüst alleen op de Adelhorsten
van één studiejaar; doch wanneer men de sterfte verdeelt
over de 19 à 20 jaren, sedert het bestaan van het Insti-
tuut, dan vindt men, dat van de ongeveer 450, die
aldaar eenen vicrjarigen cursus hebben volbragt, tot heden
1/9, dus nagenoeg 11 percent, is overleden; hetgeen,
over het geheel genomen, nog geen 5/8 percent per jaar {
is; dus zijn er van die jonge menschen, waarvan het
gestel zoo deerlijk door het klimaat van Medenzblik zou
ondermijnd zgn, van de 200 één per jaar gestorven.
Neemt men nu in aanmerking, dat de meeste dier jonge
lieden, onmiddellijk, na het verlaten van het Instituut,
naar Oost- en West-Izzdië worden gezonden, jaren lang
aldaar verblijven, aan al de vermoeijenissen van het zee-
leven , aan het verderfelijke klimaat der tropische gewes-
ten, aan zee- en oorlogsgevaar zijn blootgesteld; dan wil
men gevraagd hebben, of dit dan een bewijs oplevert,
dat de gezondheid der jonge lieden te Medemblik zoo zeer ·
wordt ondermünd? Men behoeft ook slechts het grootste
gedeelte onzer Zee­Officieren, afkomstig van het Instituut,
te zien, om zich te overtuigen, dat het, niettegenstaande
hun vermoeüend bedrijf, meestal krachtvolle menschen zün. j
Wat aangaat de vorgelgking der zieken van Medemblik en
_ Breda, ­­ het zoo groot verschil, in de brochure opgege·
ven, en dat alweder het kenmerk van eenzijdige beoor­ l
deeling draagt, ontstaat daaruit, dat men te Breda onder-