HomeDe eerste steenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 757.36 KB

TIFF (Deze pagina), 7.56 MB

PDF (Volledig document), 15.75 MB

Q
l
ll
l S i
* o
aan den band, die beiden vereenigt. Wij trekken al, wat ons
hoog op het hart ligt, te zamen rondom dien eersten steen,
die daar voor onze oogen staat opgerigt, en stemmen u om
, 1net eerbiedige vreugd van zijne bevestiging getuigen te zijn, door
in enkele trekken te wijzen op zijne schoone Beteekenis.
i Ja, schoone beteekenis, feestgenooten, want wat is hij
anders, deze eerste steen van het Nationaal Monument, dan I
gedenksteen van den dag der verlossing? Verlos-
sing, reeds het woord klinkt zoo liefelijk, maar om de zaak
naar eiseh te waardeeren, hoe zou hij die u voorgaat,
kunnen wensehen voor dezen dag een twintigtal jaren ouder
te zijn! Getuigt gij er van, hoog beweldadigden, voo1· wie M
het ervaring geweest is, wat voor ons reeds geschiedenis
werd, en laat het Voorleden nog eenmaal, als weleer Neer-
lands gestorven vrijheid, voor uwe oogen herrijzen. Ach, wat al
bladzijden, met bloed en tranen bevlekt, die u dat geschiedboek r
vertoont! Wij willen wel geen oude veten hernieuwen, geen n
nationale hartstogten prikkelen, geen nakroost aansprakelijk
stellen voor wat weleer de voorzaat bedreef. Maar toch, ons
nationaal geheugen, het moest even zwak als onze nationale
dankbaarheid zijn, indien wij geheel konden zwijgen van wat
Nederland onder het juk van vreemde overheersehing moest
lijden in den aanvang dezer eeuw, toen het uit de schoone
droomen ontwaakt was, die het aan het eind der vorige droomde.
Wat liet hijrhier achter, de huurling van uitlandsehe over-
magt, die heden voor vijftig jaar juist op ditzelfde uur het
vorstelijk ’s Gravenhage ontvlood, G) en van wat ellende ge- "
­ (°t) Dn Srassaur. j
l
l
l
!
l