HomeEenige beschouwingen over spoorwegenPagina 19

JPEG (Deze pagina), 577.54 KB

TIFF (Deze pagina), 5.77 MB

PDF (Volledig document), 13.83 MB

19
zonder dat er technische fouten zijn aan te wijzen. Integen-
deel zal de lijn, in ’t gezigt ten minste, een beetje fraaijer
schijnen. Er is wel een minumum, waar beneden men niet
kan; er is geen maximum van aanlegkosten denkbaar; zelfs
eene kleine wijziging, die in ’t gebruik niet opgemerkt wordt,
kan de kosten al ligtelijk duizenden per mijl doen toenemen.
Bij de brugkwestie doet zich hetzelfde verschijnsel voor.
Ik ben volkomen overtuigd, dat de 10 millioen van den
Heer FIJNJE eer te hoog dan te laag zijn geraamd, en dat
• de regeringsbruggen geen cent minder kosten dan 16 mil-
lioen. Dat bewijst echter niets meer, dan dat de Hr. FIJNJE
gelukkiger is geweest in de keuze zijner punten van over-
gang, gelukkiger in het aangenomen bruggenstelsel.
l VIII.
nn Kwnsrm DER DIJKEN.
Men vreest dat pijlers in het rivierbed aanleiding zullen
j geven tot ijsverstoppingen. De ondervinding heeft reeds be-
wezen, dat openingen van 50 el bij Yliestervoort geene
_ belemmering geven; de kleine openingen van 15 el der
l draaibrug wel. Neemt men het stelsel van den Heer FIJNJE
° aan, die de brug nog iets hooger dan die te Keulen legt,
j dan vervalt dit bezwaar; en neemt men dan openingen van
l 70 tot 100 el aan, dan zal alle gevaar wel geweken zijn.
Houdt men echter in het oog, dat ijsverstoppingen meestal
ontstaan in gebrekkige, breede, ondiepe, met eilanden bezaaide
“ riviervakken; maar dat bij den bouw eener brug tevens
j groote sommen worden besteed aan ;·ivie1·ve2·óeáe1·i1z_q, dan
lijdt het geen twijfel, of het verbeterde riviervak met de
pijlers zal minder gevaarlijk zijn dan het niet verbeterde
zonder de pijlers. Tevens ligt het in den aard der zaak,