HomeEenige beschouwingen over spoorwegenPagina 17

JPEG (Deze pagina), 652.27 KB

TIFF (Deze pagina), 5.85 MB

PDF (Volledig document), 13.83 MB

{ 17
beholpen, ofschoon de drukte op de aansluitende spoor-
wegen per jaar over rnillioenen personen en tonnen-
goederen liep, en grooter was dan die in 100 jaar in
Nederland is te wachten. Toch hebben de Pruissen nog
maar één zoodanige brug in Rhijnland gebouwd, en die
brug, hoe kolossaal ook ingerigt, kost 7 millioen gulden.
De afzonderlijke takken van den Rijn in Nederland voeren
natuurlijk minder water af dan de onverdeelde rivier in
Duitsehland. Het is dus te verwachten dat de bruggen
t over de takken, vooral bij enkel spoor en iveglating der
gewone passage, veel minder zullen kosten dan de Keulener­
brug. Werkelijk is dit het geval op het punt, waar de regering
de bruggen wil, namelijk bij Arnhem en Nijmegen; niet-
tegenstaande de toegang tot de Arnliemmer-brug veel geld
2 schijnt te moeten kosten. Maar meer benedenwaarts, waar
de regering niet wil, daar komen de bruggen weer zeer duur.
Bij de Moerdijk echter en bij Rotterdam (alwaar zoo als
bekend is, de grond zoo goed is voor funderingen), kosten
de bruggen betrekkelijk maar eene kleinigheid. Heeft het
niet den schijn, dat het hier aan den wil ontbreekt? Dit
{ wordt nog waarschijnlijker, wanneer men bemerkt dat de
Heer FIJNJE, die gewoon is alles buitengewoon hoog te be-
grooten en alles zeer stevig te ontwerpen, de bruggen bij
Kuilenburg, Bommel en ’s Bosch op 10 millioen schat,
terwijl de regering meent daarvoor 16 millioen noodig te
hebben. Maar, vraagt men nu welligt, zijn dan die ramingen
der regering zoo ruw gemaakt of zoo overdreven; of zijn er
welligt in ’t geheel geene ramingen of plannen voorhanden?
Het zij verre van mij die beschuldiging in te brengen.
Integendeel geloof ik gaarne dat er uitgewerkte plannen
bestaan, en dat zelfs ieder klinknagel van elk der bruggen
berekend is. Maar dat neemt niet weg, dat, voor ieder die
weet wat begrooten van kosten is, de overtuiging blijft be-
staan: dat veel van den goeden of slechten wil afhangt.