HomeEenige beschouwingen over spoorwegenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 602.06 KB

TIFF (Deze pagina), 5.84 MB

PDF (Volledig document), 13.83 MB

16 .
omweg; waar ze komen moeten wil ieder de regte lijn. De
verbinding Amsterdam­Botterdam is, hetzij over Utrecht of
over ’s Hage, wel 420 pCt. langer dan de regte lijn. Wie
denkt er aan om daarover te klagen! Dat gebeurt in het
volkrijkste gedeelte van Nederland; en dan wil men in de
hei overal geheel regte verbindingen hebben; dit is vol-
komen onzinnig.
V.
DE BIVIEROVERGANGEN. ‘
1 Men zegt wel eens tnnnen is witten. Die regel kan ook
i omgekeerd worden; bij besturen is doorgaans willen synoniem
met kunnen. WVil men iets toestaan, er zijn altijd termen
te vinden; wil men niet, dan zijn er geen termen om des j
adressants verzoek toe te staan. In October 1857 waren 1
‘ er geen termen om Zutphen als centraal punt te beschouwen,
of om de lijn langs Delden te brengen. In 1859 zijn die j
termen wel aanwezig. De zaak is eenvoudig, in goed E
llollandscli, deze: mon wilde niet in 1857, men wil wel in 1859. 1
Nergens valt dit meer in ’t oog dan bij de kwestie der
rivierovergangen. '1`lians is Zutphen even voordeelig voor j
den rivierovergang, als Deventer vroeger was. Een
brug bij Nijmegen is gemakkelijk, eene bij Bommel onmo-
gelijk. Eene brug over de betrekkelijke smalle Lek, kost
bijna evenveel, als de brug over den zeearm bij de Moerdijk.
Klaarblijkelijk is hier het willen of niet willen in ’t spel.
Een paar regels mogen dit nader oplielderen.
Over den Rijn bij Keulen ligt thans eene brug. Er zijn daar
éh openingen van 98 el ieder. De brug is ingerigt voor
zlnööel spoor, heeft daarenboven een gewone ¢§20e_;r en twee
trottoirs voor de voetgangers. Die brug is in gebruik
gekomen, 15 jaar nadat men van Ostende over Keulen
naar Berlijn reed; vroeger heeft mon zich met een scliipbrug