HomeEenige beschouwingen over spoorwegenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 656.55 KB

TIFF (Deze pagina), 5.82 MB

PDF (Volledig document), 13.83 MB

15
mogelijke moet worden gedaan om tot korte lijnen te geraken,
tot concentratie van vervoer. Men bederft den stand der
Nederlandsche financiën voor altijd, als men, tegen den
aard van het land, in het beginsel van vele, onderling even­
wijdige spoorwegen, het type der regering, wil volharden.
Een tweede vereischte, na dat der korte lijnen, is een
gemakkelijk te exploiteren net, zonder noodelooze vertak­
kingen, die de exploitatie duur maken.
j Een derde hoofdvereisehte is: dat het eerst aangelegde
j net voor latere uitbreiding geschikt moet zijn, maar niet tot
·_ latere uitbreiding moet clwivzyem. Als men van Harlingen
M over Groningen naar Meppel de eerste lijn voorstelt, dan
E geeft dit zulke slechte verbindingen, dat de lijnen van
Groningen naar Alsschendorf en van Leeuwarden naar Meppel
niet achter kumzeu blijven. Het aangenomen stelsel van
circa 800 mijlen moet dus aanmerkelijk uitgebreid worden;
i voegt men daarbij eene op den duur niet wel te ontwijken
i Noord-Hollandsche lijn, de verbinding ’s Hage- Gouda, enz.,
dan komt men tot 1200 mijlen, makende met de bestaande
i 350 mijlen 1550 mijlen, of 1 mijl per 2100 inwoners. De
5 aard van ons land duidt aan, dat dit eene ongerijmdheid is.
j Strikt genomen moest de Regering, als ze niet eerst de
{ gemoederen door allerlei beloften opgewonden had, niet ver-
l der gaan dan het voorstellen van 400 mijlen nieuwe spoorweg.
l Maar den toestand der gemoederen in aanmerking nemende,
j zou men in bijv. 8 jaren tijds des noods tot 600 mijlen
E kunnen gaan. De groote kunst zal dan zijn om dat getal
; niet te" overschrijden en toch dragelijke verbindingen te
geven. Dat niet ieder de kortste verbindingen kan ver-
krijgen, spreekt van zelve; dat doet ook minder ter zake
voor personen, die nog altijd tijdwinst genoeg verkrijgen.
En voor goederen zullen de spoorwegen nooit veel meer
l zijn dan een noodhulp.
Vlaar spoorwegen bestaan klaagt niemand over eenigen