HomeEenige beschouwingen over spoorwegenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 576.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.82 MB

PDF (Volledig document), 13.83 MB

l4e
IV.
OVER RIGTING EN LENGTE DER sPOOEWEeEN.
(Vervolg.)
Als men deze stellingen voorop zet:
A l°. Nederland heeft eene minder digte bevolking dan België, l
en daarom kunnen er niet zoo veel spoorwegen als in dat
land bestaan. j
2°. De talrijke en kortere Nederlandsche waterwegen zullen
een grooter gedeelte van het goederenvervoer tot zich nemen `V
dan de Belgische.
3°. Bij gebrek aan volumineuse artikelen, als: steenkolen, l
gehouwen steenen, enz. zal het goederenvervoer oneindig
minder tonnen inhoud opleveren. De Nederlandsche koffij-
productie, die der geheele productie bedraagt, bedraagt
slechts 70000 ton of Tj? der kolenprodnetie in België i
(Sl millioen tonnen) die slechts Tl; der totale kolenprodnetie is. Q
<l°. Er zullen minder vreemdelingen door Nederland reizen
dan door België.
Komt men tot het niet gewaagd besluit: Nederland j
heeft niet evenveel spoorwegen noodig als België.
Nu heeft België l mijl op 3000 inwoners. Als Nederland.
over 6 of 8 jaren op dat cijfer is, zal het zeker te veel,
niet te weinig spoorwegen hebben. l
Nederland heeft 3300000 inwoners. Bij l mijl op 3000 inwo-
ners, geeft dit als maximum, `l.l00 spoorweg-mijlen.
Nederland bezit reeds 350 mijlen. Blijven dus áoogszfeizs ;
aan te leggen 750 mijlen.
Voorzigtig zal het echter zijnwczámimler te doen. Pruissen
heeft slechts l mijl op 5000 inwoners; dat zou voor Neder-
land geven, 060 mijlen of 3l0 nog aan te leggen mijlen.
Gaat men nu de verschillende voorstellen na, dan zal l
men zien dat bijna allen een te groot net bevatten. Al het