HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 57

JPEG (Deze pagina), 572.53 KB

TIFF (Deze pagina), 5.49 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

ii .
49
E genomen door onze maatschappelijke levensbetrekking. Het
bestaat in toewijding aan hetgeen onzen medemenschen ten
jj goede verstrekt (altruisme), wat wij evenwel niet vermogen,
tenzij wij ons daartoe geschikt hebben gemaakt. Dat ook deze
toewijding gezegend werken kan, behoeft geen betoog. Ook
hier is met het onzedelijke egoisme gebroken. Waardoor? De
wijsgeer van den Wil, Sohopenhauer, antwoordt: >> Door
sympathie, die op zedelijk gebied werkt als medelijden,
d. i. algeheele persoonlijke deelneming in het lijden van
anderen, alsof het eigen lijden ware, zoodat er niet alleen
de grootste hulpvaardigheid is, maar ook bereidvaardigheid
om zich desnoods voor anderen op te offeren ï)." Desgelijks
zegt de wijsgeer van het Onbewuste, Hartmann: »In dit
gevoel van sympathie is het medelij den van het grootste ge-
wicht, als eene werking, die bijwijze van onwillekeurige
; terugwerking door den aanblik van ’s menschen lijden ont-
`; staat 2)." Deze sympathie heeft dus een motief buiten het
i subject, in den toestand van anderen. Maar als nu haar
ii streven onbeantwoord blijft? Stel eenen mensch, zooals er
ir zijn, aan wien wij de moeite onzer toewijding tevergeefs
besteden, zullen wij ons dan toch die moeite bestendig ge-
troosten, ook zonder den prikkel van eigen innerlijke aan-
drift? Of zullen wij dan niet eindelijk, na aanhoudende
teleurstelling ondervonden te hebben, in den trant van Aris-
1) WVelt als Wille und Vorst. I, S. 447; II, S. 691.
4 9.) Philos. des Unbew ussten, Stereotyp-Ausg. S. 181 {lg.
ll
ll
9.
l