HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 55

JPEG (Deze pagina), 596.30 KB

TIFF (Deze pagina), 5.52 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

l
wi g
ë
j 47 j
3 . ‘
j- zedelijk ideaal. Maar bovendien, al bestond het op zich zelf,
k il vanwaar dan onze vatbaarheid, om er door aangetrokken
L- te worden? Deze vatbaarheid zou in elk geval primitief
;. H voortkomen uit het metaphysisohe in ons wezen, uit dien
U l factor die ons tot zedelijke wezens van nature maakt. Daar-
·- in, in den innerlijken drang ten goede, in de werking van
At , een heilige macht in ons, ligt de oorsprong zoowel van den
B [ godsdienst als van het zedelijk leven. Geven wij ons per-
j soonlijk enkel receptief aan dat metaphysische over, op
1 zoodanige wijze, dat wij zijne leiding slechts volgen in onze
1 betrekking met anderen, dan is hierbij ook de hoogste, boven-
S zinnelijke macht betrokken, voor zoover wij haar buiten ons er-
, kennen; maar dan komen wij er niet toe, ons zelven aan
[ die macht, zooals zij ook in ons is en werkt, ten doel te
[ stellen. In dit geval bestaan er voor onze bewustheid twee
; bijzondere objectieve levensbetrekkingen, de eene met God,
, de andere met onze medemenschen, terwijl dan de vraag
_ overblijft, hoe deze twee betrekkingen met elkander in aan-
j raking komen, en welken practischen invloed zij op elkander
. uitoefenen zullen. Werken wij daarentegen spontaan mot
; onze persoonlijkheid op dat metaphysische terug, op zooda-
l nige wijze, dat wij ons daarmede in betrekking stellen voor
ons eigen leven, dan trekt ons geheele wezen zich in zijne _
;. werking samen op die macht in ons, op hetgeen ons inner-
lijk in zulk eenen graad eigen is, dat het ons tot mensch
maakt. In dit geval zijn wij ons bewust van eene subjectieve
; betrekking met God, waaruit voor ons de verplichting voort-
jl
nl

l