HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 40

JPEG (Deze pagina), 565.84 KB

TIFF (Deze pagina), 5.49 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

32 {
E hier politisch­legaal, ginds religieus-legaal. Deze toestand ·
bewerkte, dat het zedelijk leven het standpunt van gezag l
· niet kon te boven komen.
i` Het recht der godheid eischte niet, dat de voorstelling
5 van haar wezen steeds dezelfde moest blijven. Hoe edeler
de volksroeping werd opgevat, in des te edeler licht trad
,· de godheid zelve. Zoo is het bij Israëlieten en bij Grieken
` gegaan, onder den invloed der samenleving. Was Jahwe oor-
: spronkelijk de rechthebbende wetgever, die zelf deed wat
1 hein behaagde, door de lotgevallen des volks werden per-
i soonlijklieden als Amos (V), Micha (Vl: 5), de beide lle-
saia’s (I; XLV : 21, 24), er toe gebracht, Jahwe te eerbiedi-
i gen als heilig in zijn wezen, als den god bij wien evenzeer
_ gerechtigheid is, als dat hij gerechtigheid eischt; en behoefte
i aan verbetering van den Griekschen volksgeest heeft mannen
i als Xenophanes (een fragment), Euripides (Troad. 971
sqq.; Hero. fur. 1341 sqq.), Plato (Eutyphr. p. 6; Leg.
X, p. 901; Resp. H, p. 378), er toe gebracht, tegen het
i‘ onzedelijke in de overgeleverde godenleer strijd te voeren.
Als het hoofd van den staat in bijzondere gevallen een gebod
had uitgevaardigd, tegen welks volvoering het natuurlijk
gevoel en daaruit geboren plichtbesef opkwam, dan durfde
[ men zich - gelijk de Antigone van Sophocles - in de i
T bewustlieid van goddelijk recht verzetten. Gedagvaard voor
het staatshoofd, omdat zij tegen zijn verbod het lijk van
haren broeder begraven had, zegt zij (vs. 459 sqq.): »Ik
° wist niet, dat uwe bevelen zooveel golden, dat een sterve-
1,
g,___W, pp p p ig