HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 36

JPEG (Deze pagina), 575.47 KB

TIFF (Deze pagina), 5.53 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

28
bereikt: maar nu bepaal ik 1nij juist tot een tijdperk van
hunne geschiedenis, waarin hun eigenaardigheid óf bij het
volk zelf, óf bij de edelsten uit hun midden, zich in hare
volle werking vertoonde. Wat werd toen bij hen de onder-
linge verhouding van godsdienst en zedelijk leven?
‘ Bij de Israëlieten zien wij de vereering van Jahwe zoo-
; zeer met het volksleven sainengegroeid, dat het bij uitne-
E mendheid een godsdienstig karakter verkreeg. Bij de Grieken
zien wij den staat derwijze door den godsdienst gewijd,
dat het volksleven bij uitnemendheid een staatkundig karakter
verkreeg. Ik zeg ten aanzien van beiden » bij uitnemendheid":
want onder Israël ontbrak het staatkundig element
evenmin als bij den Griek het godsdienstig element. Het
onderscheid bestond hierin, dat bij dezen de staat het uit-
ganspunt voor alle zaken uitmaakte, bij genen echter de
godsdienst. De Israëliet erkende alleen Jahwe als zijnen
volksgod en de betrekking tot hein als de eenige alles
W beheerseliende macht in het volksbestaan. Bij den Griek
I, steunde alle reeht en wet, de geheele huishouding van den
i staat, op goddelijk gezag; de goden hadden het aldus ver-
` ordend; den staat in eere te houden was dus volksplieht
Sig ‘ jegens hen. Daarom rekende ook de staat zieh verplicht
voor den geregelden dienst der goden zorg te dragen, terwijl
N Israöl’s Jaliwe zelf voor zijnen dienst zorg droeg door mid-
, del van priesters, die zijne bepalingen (thora) gaven, en
van profeten, die zijn woord (dabar) spraken. Voor den
, Griek, derhalve, het Staatsbelang hoofdzaak: voor den Israëliet
V «
. j »
df iz;
(