HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 33

JPEG (Deze pagina), 592.15 KB

TIFF (Deze pagina), 5.53 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

-« - r ~ ~- ~­­ Y
g 25 '
E1
voor iets edels; zij eeren den ouderdom, de vrouwen, de
ouders; zij hebben het vaderland lief; zij kennen en waar-
ï deeren het gevoel van inwendige rust na volbraohten plicht:
maar zij kennen geen hooger goed, dan wat voor den stam
voordeeli g, geen erger kwaad, dan wat voor den stam
nadeelig is. Het al of niet plichtmatige bepaalt zich bij hen
‘ tot iets ceremonieels, tot hetgeen al of niet met de heer-
schende zeden en gewoonten overeenstemt. Daarom kan hier,
1 ook bij de Geesten, van zedelijke karakters nog geen sprake
zijn. Als zij elkander niet bestelen, dan is het niet omdat
de diefstal op zich zelf kwaad is; aan vreemden, bijv. aan
Europeanen ontstelen zij in goeden gemoede wat zij kunnen:
maar het is iets smadelijks, op zulk eene wijze jegens stam-
genooten te handelen: hunne erkenning van het mijn en
dijn blijft dus tot den stam beperkt. De Geesten hebben
slechts belang bij hun recht. Overigens kan men hun beloven, ·
wat men niet denkt te volbrengen. Men kan zich voor hen 1
leugenachtig van schuld vrij pleiten, en even leugenachtig ;
de schuld op vijanden werpen, die men bij hunne geeste-
. lijke hoogheid gehaat wil maken. De Geesten worden ont-
zien, alleen voor zoover zij het recht hebben en uitoefenen,
om schennis van de gewijde gebruiken te straffen. Weder-
keerig vloeien voor lien verplichtingen voort uit de betrek-
king, waarin zij met den stam staan. Zij hebben te bezorgen J
, 1 wat den stam voordeelig, af te weren wat den stam na- `
ï deelig is. Doen zij dit niet, en laat hunne tekortkoming zich j
niet dekken door tekortkoming in hunne vereering, dan
1
1