HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 585.11 KB

TIFF (Deze pagina), 5.54 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

~___Y______*à_____vxT
15
leel nen vragen, hoe wij iets van die lagere godsdienstvormen
iro- weten, tenzij door middel van de godsdienstgeschiedenis:
de maar dit daargelaten, treffen wij toch ons doel niet, indien
'z‘$`@‘ wij zijne aanwijzing volgen. Dit zal wel waar zijn, dat de
䀷 innerlijke ontwikkeling der individuen al de phasen door-
ïte- loopt, die ze doorloopen heeft in het geslacht: maar wat bij
ige de menschheid een aantal eeuwen noodig had, komt bij ons
eid binnen enkele jaren tot stand. Ook hier geldt de spreuk:
xer, ,, wij leven snel," zoo snel, dat het beloop onzer ontwikke-
iar ling, met zijne verschillende overgangen, ons, zelfs bij onze
bij kinderen, ontsnapt. Bovendien worde niet uit het oog ver-
H1- loren, dat de menschheid, wat zij in godsdienst en zedelijk
leven geworden is, zich om zoo te spreken van den grond
WC op heeft moeten verwerven, terwijl bij ons de opvoeding
¥€" plaats heeft onder den invloed eener omgeving, waarin die
lS· beide verschijnselen zich reeds voordoen en tevens een be-
dê paald karakter dragen. Derhalve kan de ontwikkelingsgang
vii van ons eigen innerlijk leven, of van dat onzer kinderen,
T9 ons hier geen licht aanbrengen. - Cramer heeft nog meer
ën te zeggen: ,, Hier heb ik alleen te herinneren, hoe deze
TS: wetenschap (de algemeene godsdienstgeschiedenis) zeker voor
d" linguistiek, ethnologie en historie groote verdiensten bezit,
BF j maar vooralsnog onmachtig is, om eenig godsdienstig pro-
ü' D bleem op te lossen (te helpen oplossen?). Inderdaad, wat
geeft zij ons? Kennis van godsdienstige gebruiken, van
11 godennamen, natuurlijk; verder, in enkele gevallen, van
W voorstellingen en denkbeelden, die onder die natiën in l