HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 19

JPEG (Deze pagina), 565.47 KB

TIFF (Deze pagina), 5.48 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

?
i
2
l
l
11
l
‘ ons, waaraan het ,, ik wil" van den zedelijken mensch be-
Q antwoordt. Is dit autonome willen wel aanwezig, maar .
{ nog niet krachtig genoeg om alle heteronomiteit van het
moeten te boven te komen, dan brengt de wil toch die
i zedelijke aandoening voort, die wij ber ou w noemen. Wat
goed is wordt niet door het plichtbesef beslist, maar hangt
af van het object of de objecten, waarop het gericht
is. Daarom is het zedelijk leven op zich zelf iets for-
meels, dat zijnen inhoud ontvangt van betrekkingen, zooals
die uit den aard des menschenlevens voortvloeien en hare
W eischen met zich brengen. Het gehalte dezer betrekkingen,
` waaruit zich hare eischen ontspinnen, staat voor ons altijd
in verband met onzen eigen innerlijken toestand. Wij kun-
nen het niet verder vatten, dan onze vatbaarheid reikt. Naar
` den maatstaf onzer cultuur vormt zich wat wij ons zede-
lijk bewustzijn noemen, d. i. de bewustheid van hetgeen
wij in elke levensbetrekking als zedelijk goed of kwaad te
beschouwen hebben.
` Is het zedelijk leven, in subjectieven zin, iets f ormeels,
· dat zijne materie van elders ontvangt, dan moeten wij
4 ook op de dusgenoemde zedewet het onderscheid tusschen
formeel en materieel overdragen. In formeel opzicht
Y is zij altijd onveranderlijk dezelfde: Doe uwen plicht;
in materieel opzicht verschilt zij naar den verschillenden
staat van zedelijke ontwikkeling, waarmee zij te doen heeft.
Wie dit laatste in het oog houdt, zal zich niet verwonderen
, over het historische verschijnsel, waarop Von Hellwald
2