HomeGodsdienst en zedelijk levenPagina 17

JPEG (Deze pagina), 583.45 KB

TIFF (Deze pagina), 5.61 MB

PDF (Volledig document), 30.54 MB

l
‘* .

drukt. 1) - Ook acht ik, ter kenschetsing van het zedelijk
leven in subjectieven zin, voldoende te zeggen, dat het
1 is: vrije zelfbepaling uit plichtbesef. Plichtbesef is het i
’ besef - gevoel met inzicht gepaard -­ dat men tot
iets verplicht is, dat men iets moet plegen of ten uitvoer
brengen. Onder vrije zelfbepalin g wordt verstaan, dat
men zelf wil wat men moet, en dus in zijn streven vrij-
willig het plichtbesef volgt, zoo vrijwillig, dat de bijko-
mende invloed van medewerkende motieven (gevoel van
ir lust, uitzicht op eigen voordeel) overbodig, die van tegen-
werkende motieven (gevoel van onlust, vrees voor persoon-
lijk nadeel) krachteloos is. Wie onwillekeurig, d. i. toevallig,
of tegen wil en dank, d. i. gedwongen, zijnen plicht doet,
handelt wel plichtmatig, maar, wat zijnen persoon betreft,
niet zedelijk. Maar om nu op de uitdrukking ,, uit plicht-
besef " terug te komen, is zij daar ter plaatse juist? Moet
' dat besef voor het zedelijk leven de waarde hebben van een
beginsel waaraan het zich practisch te houden heeft, of van een
~ . toetssteen waaraan het zich practisch keuren kan? De hoogste
zedelijke ontwikkeling openbaart zich in eene gezindheid,
zoo geheel oen met het plichtbesef, dat het, om zoo te
spreken, geen dienst meer behoeft te doen. De geschiedenis
' dier ontwikkeling laat zich in het kort aldus beschrijven:
, de mensch begint met het zinnelijke leven en groeit gaande-
weg tot het zedelijke op, hetwelk hij aanvangt (heterono-
‘ 1) Zie: VVaitz-Gerland, Anthropologic der Naturvölker,
Vl, S. 227, waar bepaald Tahiti genoemd wordt.
C