HomeDe zedelijke beteekenis van het socialismePagina 9

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 8.04 MB

PDF (Volledig document), 17.01 MB

ei

bedrijf inneemt, zijn toekomst, zijn noodzakelijk gebrek aan ontwik-
keling. leder onzer kent dit alles.
Welnu, tot die menschen is het socialisme gekomen - o zeker `
ook met de blijde boodschap van verlossing uit stoffelijken nood,
maar met nog iets beters. Het heeft tot hen gezegd: gij zijt te i
groot, om onwetend te blijven. Daar is een blijde schat van kennis
en beschaving, die er is ook voor U. Daarmee kunt Gij uzelf ook
verrijken en zoo Uw leven brengen op een hooger plan. Zult Gij
u dan niet opmaken en u veroveren dieper weten, klaarder kennis, j
zuiverder beschaving?
Het heeft tot hen gezegd: Gij zijt nu als onmondigen. In de fabriek
zijt Gij hoe langer hoe meer geworden tot een verlengstuk der
machine. Gij zijt geworden tot een heel klein raadje in het groote
uurwerk van ’t bedrijf en gij wordt gedreven, doch zelve doet Gij .
niets uit eigen kracht.
Op het land zijt Gij als een paard. Men leidtuhierheen en gij moet M
` gaan. Men draagt u dit op en gij moet het doen. Een eigen wil .
hebt Gij daar niet. Gij leidt niet, gij wordt geleid. Gij hebt geen
recht van spreken. Uw stem telt in ’t bedrijf niet mee. Er wordt »
over U beschikt, over Uw geest, Uw hand, Uw tijd, ja over Uw »
vrouw vaak en over Uw kind. Dat is te min voor U. Gij kunt 1
meer. Gij moet meer. Gij moet een eigen plaats innemen, mee de
leiding op U nemen, mee zorgen, mee besturen. Gij hebt Uw stem j
niet gekregen om te zwijgen, Uw verstand niet om niet te denken,
Uw wil niet om niet te willen. Gij zijt nu geworden tot willooze werk-
tuigen in de handen der bedrijfsleiders. Dat moogt Gij niet langer r
dulden. Gij moet medezeggingschap vragen, eischen, veroveren. .
Gij moet zelf in handen willen nemen de leiding van ’t bedrijf. Dat
is Uw komende taak. Daarop moet gij u voorbereiden. Dat is in
A overeenstemming met uw waardigheid als denkende willende
i wezens.
, Daar is hem gewezen op den grooten nood van deze dagen ­~ op de
ï versuffing, de demoraliseering, den jammer van duizenden. Daar is
‘i‘ tot hen gezegd: dit behoeft niet, dit kan anders, dit moet anders. ‘
Daar is mogelijk op deze rijke aarde een stoffelijk onbezorgd leven
voor allen. En die mogelijkheid moet Gij arbeiders tot werkelijkheid
r maken. Als Gij ’t niet doet, zal ’t niet geschieden. Gij moet dit l
· doen -- die grootsche taak ligt voor U. Grijpt U dan aan en vol~
‘ brengt haar. Het is Uw plicht en Uw roeping. j
p Waar zoo gesproken werd, waar zoo een beroep gedaan werd op de
j krachten die in hen sluimeren, een beroep op den zin voor onwikkeling
en beschaving, die waarachtig ook bij hen wel is, op hun zelfgevoel dat
zij als mannen mannenverantwoordelijkheid moesten dragen en zich
niet laten behandelen als waren zij kinderen, daar is in hen geboren
het bewustzijn dat ze toch ook wat waren, dat ze toch ook wat konden, i
dat ze toch ook wat moesten. wat groots en wat goeds. i
En de deemoedigen hieven het hoofd op. Hier zijn wij. Wij be-
teekenen wat. Wij kunnen wat. l
7
>
‘r... . _ . ..,..§.ïï;i.;. I .,...‘ . ‘· ·` U ·’ k _‘ `, , ' . . W