HomeDe zedelijke beteekenis van het socialismePagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 8.03 MB

PDF (Volledig document), 17.01 MB

I
i
een wet vast te stellen, waarbij hun het kindermisbruik werd on-
? mogelijk gemaakt. Overmatig lange werktijden, belachelijk kleine
loonen, krotten, lichamelijke en moreele verwording, hooge kinder-
sterfte -­ dat alles moet voor een groot deel op rekening worden
gesteld van het tot nu toe heerschend stelsel van vrije concurrentie.
Maar vernielend werkt het nog in een ander opzicht. Het verlaagt
“ n.l. heel licht het zedelijk peil van wie dien strijd moeten voeren.
Ik herinner aan den leugen der reclame, als de schrikbarende waren-
vervalsching, ik denk aan het gewroet en gekonkel om den concurrent
er uit te krij gen. Dat en nog veel meer zijn de gevolgen der concurrentie.
En die zal onder het socialisme zijn verdwenen. Dan zal de onzin.
dat daar b.v. op dit oogenblik in kleine steden zeer vele bakkers zijn en
vele tientallen van groote en kleine kruidenierswinkels waarvan de dood
des eenen des anderen brood beteekent, weg zijn. Dan zal ieders belang
aller belang kunnen zijn. Dan zal het bedrijfsleven den vorm aan-
genomen hebben van een reusachtige coöperatie. Ik behoef u niet
breedvoerig uiteen te zetten welke moreele gevolgen dat heeft voor
de betrokkenen. Onnoodig dan het geknoei, weg dan die haat tus-
schen concurrenten, onmogelijk dan die winst gebaseerd mee op
de uitbuiting der werkers. Neen het paradijs is dan nog niet ge-
komen, maar vele van de verschrikkingen van heden zijn heen.
En die ölqkt ook uit wat ik zeide, da! dan de ówedersekdp der men-
se/nen 00,% in het madisehappelzjlè Zeven zz'e/dóazzr zal zqbz geworden.
· De broederschap! Die bestaat. Vij behooren bij elkaar. Wij kunnen
niet zonder elkaar. De mensch is een gemeenschapswezen.
­ Maar van die feitelijk bestaande broederschap wordt in het maat-
schappelijk leven nu niet veel openbaar.
Dat dringt er de menschen niet toe, om zich als kinderen van een
huis te gaan gevoelen. Eenigen tijd geleden heb ik dit zeer sterk
ervaren. Ik had gepreekt over de tekst: laat ons onze onderlinge
bijeenkomsten niet nalaten, en onder anderen gezegd dat dit zoo
goed was, dat wij in de kerk alleen reeds door ons gezamenlijk
aanhooren van de verkondiging van het evangelie ons er klaarder
van bewust worden, dat wij broeders en zusters zijn, dat wij dat zeer
noodig hebben, omdat wij in de wereld des dagelij kschen levens zoo ver
~:i van elkander staan en dat licht vergeten. Een zeer ontwikkeld ge-
meentelid, die getrouwelijk onder mijn gehoor is en het gehoorde
uitnemend kan verwerken, zei na die preek: als Gij vaak zoo preekt,
kom ik niet weer. En in het gesprek dat zich uit die openhartige
mededeeling ontspon, vroeg ik: maar voelt Ge daar dan niets van.
` Ik bedoelde dat van die broederschap. Neen was `t antwoord, daar
voel ik absoluut niets van. Dat was oprecht gemeend. Ik ben er
van geschrokken, dit te hooren uit den mond van waarlijk niet de eerste
de beste. En ik ben overtuigd, dat er tegenwoordig velen zijn, die
er precies evenmin wat van gevoelen, De menschheid is uiteengerukt
in vele kringetjes, die door verschil van ontwikkeling en opvoeding
en beschaving elkaar niet meer kunnen verstaan, elkaar niet meer
13
A
J·;;.QQ;«;­i.ï`i .`ïQ..·; ,....i· . _ j ` _· ·_ ‘ _ G, G ,_., .