HomeSpaarbankenPagina 6

JPEG (Deze pagina), 794.35 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 13.16 MB

t
. G
l
staatspapieren, waarvan, tusschen nu en een jaar, weder voor ruim
f40,000 is van de hand gedaan.
Het reglement laat toe, wanneer het reserve­fon<ls meer dan 30 pCt.
van den inleg bedraagt, daarvan ondersteuning te verschaffen aan andere
weldadige en nuttige inrigtingen; van die bepaling is gebruik gemaakt
om eene vrij belangrijke som te bestemmen voor de oprigting van eene
bad- en zweminrigting, en het jaarlijksch tekort dier inrigting wordt
thans voor de helft door de burgerlijke gemeente, voor de wederhelft
E door de Spaarbank betaald. Ondanks de belangrijke opoffering in der
g tijd en de minder belangrijke doch jaarlijks terugkeerende subsidie,
was de stand, bij het laatst geëindigd boekjaar op 1 Julij 1861
aldus: -
Bezittingen voor .......... f 179.424.99
Schuldig aan de inbrengers ...... ­ 133.067.92
Voordeelig slot. .... f #16.357.07
of omtrent 35 pCt. van het verschuldigd kapitaal. De Gorinchemsche
bank kan dns, ook al mogt zij niet verder op den ingeslagen weg
voortgaan, om nog vrij wat staatspapieren, bij gunstige gelegenheid,
van de hand te doen, (en wij vleijen ons zeer, dat zij het wel zal
doen), menigen storm afwachten, eer zij het hoofd zoude moeten
buigen.
Zoo als men weet, verkeeren echter alle banken op verre na niet
in dien gunstigen toestand, zijn er veel te weinig banken en te weinig
gelegenheid, om het in te brengen geld te storten, terwijl de verschei-
denheid van de bepalingen dier banken minder gunstig werkt op eene
algemeene deelneming. Het is daarom, dat wij zeer wenschen, dat de
Regering en de Vertegenwoordiging tot het oprigten van Staats-Spaar-
banken mogen besluiten. Wij willen hier den lezer, die belang mogt stellen r
in de uitkomsten reeds in Engeland verkregen, verwijzen naar een _
belangrijk art. van Mr. V. D. B., voorkomende in het .»1Zg.H«mcZeZsöZa¢Z ïx
van Maandag 14 October 1861, n° 9302, Z0mZags­ediéie.
. Het zal wel ten eenen male onnoodig zijn, dat wij het groote belang
‘ schetsen, dat de Staat heeft bij ijverige, spaarzame, welgestelde
burgers; de rijkdom van den Staat bestaat toch ongetwijfeld uit den
rijkdom der ingezetenen, die niet tijdelijk maar duurzaam bij magte
moeten zijn, om de belastingen op te brengen, die de Staat voor 6
de voorziening in zijne behoeften eischt: men denke aan de hen die 3
gouden eijeren voortbrengt, door de ontwikkeling van spaarzaamheid rv
is ook het pauperisme met vrucht te bestrijden, terwijl ook zelden de
beoefening van eene deugd evenmin als van eene ondeugd op zich
l
^