HomeSpaarbankenPagina 2

JPEG (Deze pagina), 847.63 KB

TIFF (Deze pagina), 8.08 MB

PDF (Volledig document), 13.16 MB

=ïer·:u¤m 4-r/

gelden; waren wij reeds vroeger de stellingen, die de schrijver ver-
dedigt, toegedaan, zijne gronden en voorbeelden waren ons vaak
krachtige en gelukkige wapenen, bij de verdediging van onze meenin-
gen. Wij zullen er dus wel niet behoeven bij te voegen, dat wij over
het algemeen zijne stellingen beamen en mede dezelfde eischen stellen
voor de bijzondere Spaarbanken. De genoemde schrijver leverde in de
I Economist van October 1861., een zeer lezenswaardig artikel over de Bel-
D 'A) gische Spaarbanken, waaruit wij zien, dat er daar te lande nog veel
meer behoefte bestaat aan de bevordering van zulke inrigtingen, dan
in Noord-Nederland, zij dan ook het onveranderd aannemen van het i
door de Belgische Regering voorgedragen wets­ontwerp niet aan te raden.
In Belgie heeft echter de Wetgever (zie art. 92 gem. wet) de nuttig- E
heid van zulke inrigtingen erkend; onze Wetgever heeft daaromtrent A
nooit anders dan groote onverschilligheid aan den dag gelegd en de in-
rigtingen van dien aard laten opkomen en wegsterven, bloeijen en
kwijnen, alsof het hier geen zaak van algemeen belang betrof. `
Heeft ook eenige ondervinding ons bevestigd in de waarheid van de
leer, dat men den minvermogende moet inprenten, zelfs in zijn eigen
duurzaam belang, om op eigene krachten te steunen; namen wij ook
meermalen eene groote zorgeloosheid bij hem waar, het valt helaas niet ,
te ontkennen, dat die kanker meer en meer eigen wordt, ook aan de meer
" `” ontwikkelde standen. Tegen hoogere uitgaven staan, én door den min-
deren standaard der staatschnld­rente én door geringere verdiensten, j
veelal kleine inkomsten over, terwijl men het evenwigt tusschen ontvang- ,
sten en uitgaven tracht te herstellen door insolide beleggingen tegen eene
hooge rente, of door te beschikken over de toekomst en die, om in
tegenwoordige behoeften te voorzien, zwaar te belasten. Dit zoo zijnde, l
en helaas het is zoo, moet men tot de conclusie komen, dat de maat-
schappij lijdt aan eene vreeselijke ziekte, te erger nog, omdat het
meerendeel harer leden elkander stijft in onnutte geldverspilling, zoodat
men, bij het ontbreken van den wil om tot herstel mede te werken, de ti
ziekte, die niet op enkele plaatsen wordt waargenomen, maar zich
~ epidemisch door de geheele wereld heeft verbreid, wel ongeneeslijk mag tl
achten. Ct)
Een woord van raadgeving kunnen wij echter alleen tot de weinig
ontwikkelden spreken; onze gelijken en meerderen zullen het niet van ”
ons aannemen. Die de bittere medicijn het meest behoeft, zal er zich j
genis het meest aan ergeren, en schoon men den boetprediker moet
achten, die in den sierlijken salon vol onbetaalde prachtige meubelen, j'
gl
""""‘T""" el "
(*) Verg. hieronder pag. 28 v. RED.
l
l